Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

namelijk door een op die atomen gerichte kracht. Dergelijke krachten zijn er twee: namelijk liefde en haat. Haat is de scheidende, liefde de verbindende kracht.

Heraklitus had het worden uit den strijd verklaard; Empedokles kent daarnaast de liefde als komische kracht. Liefde en haat, aantrekking en afstooting, zijn de krachten, die de elementen verbinden, en uit die verbinding de individuen doen ontstaan, om die later door ontbinding weer te doen terugkeeren tot den elementairen toestand. Zoo is er een onophoudelijke cirkelgang van worden en vergaan, waarin nu eens de liefde, dan weer de haat de overhand heeft, een groote, telkens zich herhalende kringloop, waarbij steeds de veelvuldigheid der dingen uit de eenheid van den Sphairos treedt om, na een onafzienbare reeks van uit elkander zich ontwikkelende toestanden te hebben doorloopen, weer in die eenheid terug te keeren. Uit de verschillende quantitatieve verhoudingen, waarin de grondstoffen vermengd zijn, naargelang daaruit dit of dat afzonderlijk ding is opgebouwd, zijn de verschillende qualiteiten der afzonderlijke dingen te verklaren; eene opvatting, die wij bij Pythagoras hebben leeren kennen. — De organismen van menschen en dieren hebben hun ontstaan niet te danken aan de bedoeling van een met rede begaafden wil, doch aan de zuiver mechanische wet, dat alleen wat sterk en deugdelijk is in stand blijft, en wat niet levensvatbaar blijkt, te gronde gaat; een opvatting, die aan het darwinisme herinnert. De mensch is een kleine wereld in de groote wereld, een mikrokosmos in den makrokosmos; hij is gemengd uit dezelfde stoffen, die in het heelal voorkomen, en van ^aaruit zij hem toestroomen; daarom is hij in staat aangaande de wereld, als aan hem verwant, kennis op te doen. 's Menschen denkkracht zetelt in, het bloed en hare bruikbaarheid als orgaan van de kennis hangt af van de wisselende gesteldheid des lichaams. Overigens is al het organische: menschen, dieren en planten,— (de tweeslachtigheid der laatste is door Empedokles ontdekt!) — bezield en zoowel de stoffen als de zielen zijn onvergankelijk.

Die groote gedachte van de eenheid van al wat leeft, berust bij

Sluiten