Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Empedokles op een mystieken grondslag. Achter het rijk der materie ziet hij een rijk van hooger orde, een rijk van den geest, waar de geesten, de „daimonen", aan aardsche belemmering onttogen, een leven leiden van goddelijke zaligheid, waarmede vergeleken het leven in dit aardsche jammerdal nauwelijks leven mag heeten. Maar de geesten kunnen zich verontreinigen, door meineed of door het eten van bloedige offers. Dan moeten zij 30000 jaren lang een proces van zielsverhuizing doormaken en daarbij achtereenvolgens allerlei gestalten van planten, dieren en menschen aannemen. Empedokles heeft den hoogsten trap bereikt, dien de mensch hierbeneden bereiken kan, namelijk dien der zieners, zangers artsen en vorsten en wanneer hij het „kleed de/ vleesches" zal hebben afgelegd, zal hij tot de zaligheid der onsterflijken ingaan.

De weg, waarlangs deze zaligheid wordt bereikt, is de weg der askese; niets wat leeft, mag gedood worden, omdat in dat alles een""geest woont. Wat de planten betreft, wordt dit voorschrift tot boonen en laurier beperkt. Af te keuren zijn derhalve ook de bloedige offers en heel die „duistere waan" van het polytheïsme, waarbij zij behooren. De goden van het volksgeloof zijn niets meer dan allegorische voorstellingen van de elementen en krachten des heelals. Eén heilige goddelijke geest vervult de wereld, en de individueele zielen zijn van dien geest de emanaties. In de organische wezens heeft een tijdelijke verbinding plaats van de wereld des geestes met de stoffelijke wereld.

De wereldbeschouwing van Empedokles vertoont een zonderling dualisme. De natuurleer is nadrukkelijk materialistisch; de mystiek bevat een diep religieuse opvatting van den aard en de bestemming der wereld en des menschen en wij begrijpen niet, hoe de wijsgeer die opvatting met het materialisme van zijn natuurleer in overeenstemming heeft kunnen brengen.

Empedokles heeft geen wijsgeerige school gesticht; met al zijn tegenstrijdigheid blijft hij een hoogst merkwaardige verschijning, v' Bepalen we thans onze aandacht bij een tijdgenoot van Empedokles, bij Anaxagoras. (500—428).

Sluiten