Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der omstandigheden geboren; maar toch moet, althans op het gebied van moraal en recht, aan de „zede" geldigheid worden toegekend, opdat een strijd van allen tegen allen voorkomen worde. „Ik zou mij schamen", zegt Protagoras, „wanneer ik toegaf, dat hij, die onrecht doet, verstandig handelt, ofschoon dit een algemeen verspreide meening is." Zoo komt hij zijns ondanks op gronden van practijk toch tot een positief stelsel van ethiek en staatsleer, waarin de begrippen „recht" en „goed" van algemeene geldigheid zijn, althans voor de burgers van één en denzelfden staat. Een absolute beteekenis hebben die begrippen niet en het blijft dus onbeslist, of de „zeden en gebruiken" der Hellenen, der Perzen of der Egyptenaren de „goede" zijn. Maar binnen de grenzen van denzelfden staat behooren zij gehandhaafd en geëerbiedigd te worden en heeft de staat daarop toezicht te houden.

De straftheorie van Protagoras houdt met deze opvattingen verband ; zoowel bij de individueele, als bij de staatsopvoeding bestaat het doel der straf niet in vergelding van overtreding, maar in de verbetering van den kwaaddoener en het verwekken van afschrik van het bedrijven der misdaad.

Tot de „zeden" van een volk behoort ook de taal, die het spreekt. Op taalgebied heeft Protagoras zich dan ook zeer verdienstelijk gemaakt. Men kan hem terecht den vader der grammatica noemen, .waarvoor hij de hoofdlijnen heeft aangegeven door de invoering van de drie geslachten, de onderscheiding van tijden en wijzen en de indeeling der zinnen in vier hoofdsoorten. Hij voerde kunstmatige afleidingen in, die met het natuurlijk taalgebruik in strijd waren, en bij zijn eenzijdig-verstandelijke ontleding van dichterhjke producten is het hem er meer om te doen te onderzoeken, of een gedicht logisch juist in elkander zit, dan dat hij zou vragen naar de aesthetische werking op het gemoed.

Wij zouden te uitvoerig worden, indien wij bij alle vertegenwoordigers der sophistiek opzettelijk wilden stilstaan; doch van één hunner wensch ik ten besluite nog het belangrijkste mede te deelen, namelijk van Gorgias van Leontini, die van 483 tot 375

Sluiten