Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gorgias nu juist niet zulk een gemakkelijke taak moet geweest zijn.

Na tot deze negatieve resultaten gekomen te zijn, nam Gorgias voor goed afscheid van de wijsbegeerte. Voortaan wijdde hij zich geheel aan de beoefening der rhetorica, waarmede hij reeds begonnen was, toen hij nog in zijn vaderstad woonde. Hij werd de schepper van den pathetischen stijl. Zijn improvisaties, zoowel als zijn op schrift gestelde redevoeringen, waren uiterst goed verzorgd; hij werd de schepper van het Attisch kunstproza. Gorgias begeert niets anders te zijn dan redenaar en leeraar in de rhetorica. In plaats van de waarheid te zoeken is hij tevreden met den schijn; de deugd is een betrekkelijk begrip ; iedere stand, iedere leeftijd, ieder mensch heeft zijn eigen deugd en zijn eigen ondeugd. Maar al is het eenige doel, dat de rhetorica beoogt, een overtuiging, welke dan ook, te vestigen, de redenaaf kan dat doel niet bereiken zonder te beschikken over een aanzienlijk quantum beschaving. Daartoe moet hij de dichters bestudeeren en inzonderheid van hen de kunst afzien, hoe een illusie bij den hoorder gewekt kan worden.

De redenaar moet niet alleen in staat zijn over politieke en wijsgeerige onderwerpen handig te debatteeren; maar hij moet tevens thuis zijn in de astronomie.

In het geschrift over ‚ÄěPalamedes" vindt Gorgias aanleiding zijn meening aangaande het ontstaan der menschehjke beschaving te kennen te geven. Alle vooruitgang op dit gebied berust op de inventies van personen van beteekenis. De Helleensche cultuur heeft haar ontstaan niet aan buitenlandsche invloeden te danken; integendeel komt die cultuur aan het buitenland ten goede.

De werking der redenaarskunst wordt door Gorgias vergeleken met die van een door den geneesheer toegediend gif, dat kan genezen, maar ook dooden. Haar doel is, de menschen te beheerschen. De redenaar kan daarbij het welzijn van den hoorder op het oog hebben, b.v. wanneer hij een zieke tracht te overreden, zich aan eene voor hem heilzame operatie te onderwerpen. Maar hij kan ook niets dan eigen eer en macht beoogen. Aan den psychologischen invloed, uitgaande van een machtig redenaar, die

Sluiten