Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ieder trachtte de dingen zoo voor te stellen, te groepeeren en uit te leggen, als het hem voor het oogenblik het beste paste; want alles was gericht op het behalen van een momenteel succes.

Aldus eindigt de roemruchtige eeuw van Perikles met hare ongeëvenaard grootsche cultuur-ontwikkeling in absolute overtuigingloosheid. Het drinken met volle teugen uit den schuimenden beker der cultuur heeft eené ware dronkenschap der negatie te weeg gebracht. Het populariseeren der kennis is uitgeloopen op eene demoralisatie der beschaving.

In de straten van die gedemoraliseerde wereldstad vertoont zich een origineele figuur. Te midden van de schare van Schoone, breedgelokte jongelingen, die op de markt een rijkgekleeden sophist omringen, wordt eensklaps een lange, breedgeschouderde gestalte gezien met een zwaren hangbuik, een wanstaltig grooten, kalen kop, een opgewipten neus en een breeden mond. Terwijl de anderen glimlachend uitwijken, dringt hij zich naar voren, tot hij vlak tegenover den redenaar staat, dien hij een tijd lang met uitvorschenden blik opneemt, totdat hij hem ten slotte in de rede valt. Nu lokt het eene woord het ander uit. Terwijl de sophist zich gaandeweg hoe langer hoe meer opwindt, weet de zonderlinge man met het kale hoofd de grootste kalmte en zelfbeheersching te bewaren. Op eens barsten de omstanders uit in een Homerisch gelach en een satyrieke grijns speelt om de lippen van den rustverstoorder. Deze keert zich plotseling om, trekt den kalen kop tusschen de breede schouders en baant zich met een soort van komische gratie een weg door de verblufte menigte.

Die zonderlinge verschijning is Sokrates.

Van Sokrates weten wij alles uit de tweede hand. Geen letter schrifts heeft hij nagelaten. Wij zijn gedwongen, ons een beeld van zijn persoon en zijn werk te vormen op grond van hetgeen zijn leerlingen omtrent hem hebben medegedeeld. Zoowel Xenophon als Plato hebben ons het beeld van den meester geteekend; maar ondanks de overeenkomst, toont elk hunner ons toch zijn eigen Sokrates. Sokrates treedt op in een tijdperk van overgang; hij is

7*

Sluiten