Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds de sophisten schonken inzonderheid hunne aandacht aan den mensch. Bij Sokrates is dit nog veel nadrukkelijker het geval. Hij geeft niets om speculaties over de natuur van het heelal en acht het een vermetel bestaan, zich in kosmologische of theologische bespiegelingen te verdiepen. Menschen, die zich met dergelijke problemen bezig houden, placht hij te vragen, of zij van de menschelijke dingen al zoo goed op de hoogte waren, dat zij zich op zoo heel ver verwijderde terreinen van denken konden begeven. Maar bovendien achtte hij den tijd, aan dergelijke bepeinzingen gewijd, verloren; want zij hadden geen waarde voor het leven. De wiskunde was bruikbaar om de grootte van een stuk grond behoorüjk te bepalen en de astronomie om de lengte van dag en nacht, van maand en jaar vast te stellen; maar de oplossing van ingewikkelde mathematische vraagstukken of de berekening van astronomische formules achtte hij waardeloos.

De kern der Sokratische wijsbegeerte bestaat in hare methode en in het doel, dat zij met die methode zocht te bereiken. Die methode heeft Sokrates niet neergelegd in een stelsel van theoretische regelen; wij moeten haar leeren kennen uit de practijk van den meester. Sokrates zoekt in alle menschelijke meeningen, beoordeelingen, handelingen, de waarheid aangaande den mensch op te sporen. Uit de bonte tegenstelling der onder de menschen gangbare opvattingen tracht hij datgene op te delven, wat gemeenschappelijk erkende waarheid en overtuiging mag heeten. Dat onderzoek kan hij niet alleen volbrengen; daartoe is aanhoudende mondelinge discussie onmisbaar en daarom is hij van den morgen tot den avond op markten en straten te vinden en laat hij niemand met rust, zonder aanzien des persoons. Perikles en Protagoras en Gorgias, zij moeten hem allen' te woord staan; maar ook de kunstenaar en de fluitspeler, de schoenmaker, de leerlooier en de smid, die voor de deur hunner woning hun eerzaam bedrijf uitoefenen. Aanknoopende aan datgene, waarmee zij op het oogenbük bezig zijn, begint hij met een belangstellende vraag tot hen te richten. Dadelijk hebben zij hun antwoord gereed; want alle Atheners zijn wijs en wereldkundig

Sluiten