Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inzicht in den samenhang der dingen, niet gemaakt, maar geboren. Ais Sokrates met zijn gesprek eenig resultaat heeft bereikt, en de ondervraagde discipel ten slotte het logisch juiste begrip zelf heeft geformuleerd, dan is de waarheid uit den duisteren schoot der verwarde meeningen aan het licht gebracht. Sokrates houdt geen betoog om anderen de waarheid, die hij zelf reeds gevonden zou hebben, te demonstreeren. Hij is zelf iemand, die niet reeds gevonden heeft, maar die zoekt. En hij zoekt bij menschen, omdat hij nu eenmaal het onwrikbaar vast geloof bezit, dat de waarheid in de diepte van het menschelijk bewustzijn als een verborgen Idem onder allerlei vooropgezette meeningen en onjuiste opvattingen bedolven ligt. Meestal levert zijn zoeken geen beter resultaat op, dan dat de ondervraagde tot de onjuistheid van dat alles besluiten moet, en hem de bekentenis wordt afgedwongen, dat wat hij tot nog toe voor waarheid hield, slechts schijnwaarheid en dwaling was. Maar bij sommigen reikt het resultaat verder, te weten bij hen, die, eenmaal tot het inzicht hunner dwaĆ¼ng gebracht, in de negatie niet kunnen berusten, en in wien juist door dat inzicht een vonk van die liefde tot de waarheid is brandende geworden, die de ziel van Sokrates doorgloeit als een onuitblusschelijk vuur. Die vonk tracht hij in hen aan te blazen tot een helder brandende vlam; samen met hen zoekt hij de in hen sluimerende waarheid te doen ontwaken, de onzichtbare waarheidskiem tot de geboorte te brengen. Met een toespeling op het beroep van zijn moeder Phaenarete vergelijkt Sokrates het werk, dat hij aan zulke zielen verricht, met den arbeid eener vroedvrouw; gelijk die het proces der natuurlijke geboorte verhaast en bevordert, zoo doet hij dat ten opzichte van de geestelijke geboorte. Het doel van Sokrates is niet in de eerste plaats verwerving van kennis, maar verbetering der karakters, veredeling dus in zedelijken zin. Het is hem om niet minder te doen dan om eene zedelijke reformatie van het Grieksche volk. Van hem wordt getuigd, dat wie tot hem kwam, beter heenging, dan hij gekomen was.

Staat het derhalve vast, dat het hem bij zijne gesprekken niet

Sluiten