Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarna strekke hij zijn liefde uit tot de ziel, die in het schoone lichaam woont. Dan zal Eros hem leeren zich te hechten aan de ziel, meer dan aan eenig lichaam, opdat hij de zinnelijke schoonheid des hchaams leere vergeten, zoodat het hem mogelijk worde, ook de ziel te blijven beminnen, die in een onbevallig lichaam woont. Dan zal in de hartstochtelijk en op het edelst beminnende ziel de hefde door haar gloed de schoonste wijsgeerige gedachten doen ontwaken.

Maar het einddoel is daarmede nog niet bereikt. Nog is het maar een concreet Schoon, dat de liefde doet ontgloeien. Hooger stijgt zij, als zij de Schoonheid zelve aanschouwt, de Idee der Schoonheid, waaraan alles deel moet hebben wat ooit schoon werd genoemd of zal worden genoemd. Dan is de hoogste trap bereikt De ziel, die de hoogste Schoonheid gevonden heeft, vereenigt zich met haar in zalige omarming, en is thans voorbereid om het pad te betreden, dat tot de hoogste Waarheid leidt. En wie de hoogste Waarheid en Schoonheid bezit, mag zich verzekerd houden dat hij de hoogste Goedheid deelachtig zal worden.

Dat is de evolutionistische ethiek, die door Plato wordt geleerd de weg ter zaligheid, gelijk hij hem heeft gewezen. De zinnelijke hefde, en dat is de zinnelijke hefde naar Helleenschen trant is hier het uitgangpunt van hooger leven. Laat ons in aanmerking -hemen, dat de positie der vrouw in de maatschappij eene geheel andere was dan bij ons en dat aan den omgang met de vrouw geen zedelijke beteekenis werd toegekend en laat ons ook niet vergeten, dat de liefde naar Helleenschen trant, wij zullen maar zeggen: de tegennatuurlijke hefde, bij Plato gelijk bij ons, beslist afkeuring heeft gevonden. Dientengevolge staat het zeker en vast dat Plato m die tegennatuurlijke verhouding, die wij liever omsluierd aanduiden dan noemen, de eerste kiem heeft kunnen zien vaneen ontwikkelingsproces, dat uitloopt op een toestand van de hoogste volmaaktheid, waarin het volstrekt zedelijk Goede wordt bereikt en de orde der vergankelijke, eindige dingen zich oplost in diƩ orde van eeuwige onbewogen volmaaktheid, waar het Eeuwig

Sluiten