Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wand van het hol. Evenzoo zullen zij van de voorbijgedragen voorwerpen niets meer dan de schaduwen zien. En als die gevangenen in staat zijn met elkaar te spreken, zullen zij dan die schaduwen, die zij zien, niet voor echte dingen houden, en ze als echte dingen namen geven ? En gesteld, dat alle van achterwaarts komende geluiden tegen den wand van het hol weerklinken en de langs den hoogen weg voorbijgaande menschen spreken, zullen zij dan niet in den waan verkeeren, dat die geluiden van de schaduwen komen en dat die met elkander gesprekken voeren ? Zullen zij derhalve niet die schaduwen, die zij vóór zich op den wand in beweging zien, alleen voor waar en echt houden ? Stel nu eens, dat een hunner wordt losgemaakt en genoodzaakt zich om te keeren en in het licht te staren, zullen zijn oogen hem dan geen pijn doen, en zal hij, verblind door den glans van het ongewone licht, niet volstrekt onvermogend zijn om ook maar iets van de dingen zelf te zien, welker schaduwen hij zoo pas pp den wand heeft waargenomen ? En als iemand hem dan verzekerde, dat hetgeen hij vroeger gezien had een ijdel en vergankelijk schimmenspel was en dat hij nu eerst in staat was iets werkelijks te zien en tot nog grooter werkelijkheid te naderen, en als hij hem dan de dingen ging aanwijzen en al ondervragende hem tot antwoorden zou willen nopen; wat dunkt u, zou die losgemaakte gevangene dan niet verlegen worden en toch blijven gelooven, dat, wat hij vroeger op den wand zag, toch veel meer waar en echt was, dan wat hem thans werd getoond ?

En wanneer iemand hem dan met geweld langs den steilen ingang der spelonk naar boven sleepte, en hem niet losliet, voor hij in het volle zonÜcht stond, zou hij dan geen pijn voelen en zich al tegenstribbelend laten voortleiden en, aanvankelijk door den zonneglans verblind, niet volstrekt buiten staat zijn ook maar iets van de nu als werkelijk geldende dingen te zien? Langzamerhand zou hij aan den nieuwen toestand moeten gewennen; eerst zou het hem mogelijk worden de schaduwen te onderscheiden, dan de spiegelbeelden van menschen en dingen in het water; eerst later deze zelf. Ook den hemel zou hij liefst eerst des nachts beschouwen,

Sluiten