Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen verdwijnen. Perikles had nog gehoopt en getracht de democratie te vestigen op het beginsel der hoogste zedelijkheid, maar zijn staatkunde had schipbreuk geleden. Het toenemend individualisme, een plant, die in overmatige weelde een al te vruchtbaren bodem vindt, had de solidariteit der staatsgemeenschap overwoekerd en ondermijnd en de theorieën der sofisten, die met hun wijsheid te koop hepen, hadden aan het steeds voortschrijdend verderf een aanbevelenden glimp van redelijkheid gegeven.

Sokrates had met die sofisten den strijd aangebonden, zoekende naar een waarheid die boven de subjectieve meeningen verheven was. En na hem was Plato gekomen en hij had den weg gewezen der dialectiek, den weg van het zuivere denken, van de onvervalschte rede, die van de schoonheid naar de waarheid leidde, naar dat vaderland der zielen, waar het Eeuwig-Zijnde heerschte in onbevlekte majesteit; naar die waarheid, die tevens de hoogste goedheid was en dus de bron van het waarachtig zedelijke. Hoe zal nu dit ideaal der volstrekte goedheid in de menschelijke samenleving openbaar worden ? Plato's antwoord op deze vraag luidt aldus, dat het Goede in het gemeenschapsleven der menschen openbaar moet worden als Gerechtigheid, die aan ieder in volstfekten zin het zijne geeft. Zulk een samenleving in gerechtigheid treedt naar buiten in de harmonie der schoonheid. Het ideale gemeenschapsleven is tevens een samenleven in schoonheid en de staat, die aan zulk een samenleven beantwoordt, is het meest grootsche kunstgewrocht, dat onder menschen en door menschen kan worden gecreëerd. — Onze hedendaagsche politiek, — aldus Allard Pierson, — is een politiek van zeemanschap, van geven en nemen. Wij kennen de Nederlandsche beeldspraak, van den staatsman, die aan het roer staande, het schip van staat door de branding weet heen te sturen. Hij verstaat zijn kunst maar ten halve, indien hij niet van laveeren weet en zijn bekwaamheid wordt hooger aangeslagen, naarmate hij het talent bezit van rekening te houden met de omstandigheden. Plato wil met die stuurmanskunst niets te doen hebben. Hij transigeert niet met het ideaal. Als kunstenaar kneedt en boetseert hij de

Sluiten