Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geschiedenis is daar om ons te leeren, dat Plato zijn ideaal niet uit de lucht behoefde te grijpen. De staatsinrichting van het oude Sparta vertoont menige karakteristieke bijzondërheid die wn bij Plato terugvinden. En al was het Sparta van Platei tijd met meer dat van Lycurgus' dagen, al viel ook daar, evenals elders in de Grieksche wereld, een proces van ontaarding waar te nemen dat wees op een naderenden toestand van bederf en ondergang toch was naar het uitwendige veel van de oude instellingen en zeden bewaard gebleven, dat aan de aloude Dorische strengheid en eenvoud herinnerde. Plato, en dat had hij met zijne aristocratische standgenooten te Athene gemeen, zag voor de toekomst alleen heil in eene hervorming van de Atheensche polis in OudSpartaanschen geest; want die, zoo verwachtte hij, zou alleen bn machte zijn aan de chaotische verwarring en de onophoudelijk zich herhalende partijtwisten, die het welzijn zijner vaderstad bedreigden een einde te maken. Van die ingenomenheid met Dorische streng! heid en eenvoud getuigt de „Politeia" op de meest ondubbelzinnige wijze.

Het boek van Plato's ouderdom, de „Wetten", maakt den indruk dat de schrijver wel tot het inzicht was gekomen, dat het onmogelijk was het staats-ideaal, in de „Politeia" ontworpen, tot werkehjkheid te maken ; want in dat laatste boek worden allerhande concessies gedaan, die bewijzen, dat de tot veelzijdige levenservaring gerijpte wijsgeer, een verzoening trachtende rnt- ^ u * ,

; i , ...., " ™- """"" l<- uicugcu tusscnen

ideaal en werkehjkheid, met de eischen van het mogelijke en bereikbare meer rekening hield.

zou net te veel gezegd zijn, wanneer men beweerde, dat \

.^a^uuulg xucaai geen invloed heeft geoefend op de richtine

waarin zich de cultuur in later eeuwen bewoog. Wij zien dat ideaal doorschemeren in het type van den middeleeuwschen monnik en den middeleeuwschen heilige, en niet minder in dat van den Johanmter-ridder en den Tempelier, die beide typen in zich vereenigden. Wanneer Hildebrand, later Gregorius VII, de kerk zijner

__ö™ r„„s. lc zuiveren, aan legt nij de eerste hand aan de vorming

Tansem. Geschiedenis der Wijsbegeerte.

Sluiten