Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor zoover de ziel levenskracht is, is zij met het lichaam

onafscheidelijk verbonden. Wat de ziel doet en ondergaat, wordt ook door het lichaam gedaan en ondergaan. Als de kracht, die

den vorm des lichaams bepaalt, is zij tevens doel des lichaams; want het doel des lichaams bestaat in de verwerkelijking van zijn leven; de ziel verwerkelijkt het leven met en door het lichaam en zijne organen. De ziel is van het georganiseerde lichaam de beheerschende en de begrenzende kracht. Deze biologische opvatting maakt Aristoteles tot een beslist tegenstander zoowel van het materialisme, dat het psychische een functie van de stof noemt, als van het spiritualisme, dat de ziel opvat als eene van het lichaam qualitatief onderscheiden, met het lichaam volstrekt onvergelijkbare substantie.

In overeenstemming met de zooeven ontwikkelde theorie worden alle levensfuncties door Aristoteles beschouwd als gradueel onderscheiden openbaringen van het zieleleven. In elke dier functies openbaart zich de ziel niet in het algemeen, doch naar den aard der functie werkt zij als voedende (voortplantende), als gewaarwordende, als bewegende of als denkende ziel. Er bestaat eene volgens den graad der belangrijkheid oostiieende reeks van levens-*

l| functies, niet los naast elkaar, maar in innig verband, en wel aldus,

dat de aanwezigheid der hoogere functie steeds die der lagere i onderstelt. De vegetatieve (voedende) ziel bezitten de planten reeds. De dieren hebben, behalve de gewaarwordende, ook de vegetatieve ziel. De aanwezigheid der denkende ziel bij dén mensch onderstelt ; bij hem de aanwezigheid van alle andere zielsfuncties.

Van gevoelsfuncties wordt door Aristoteles niet gerept. Blijkbaar heeft zijn overigens Scherp ontwikkeld onderscheidingstalent voor de aanwezigheid van het gevoel als levensopenbaring geen oog gehad. Aristoteles is in overwegenden zin verstandsmensen. Het wezen Gods is, volgens hem, louter denken; denken van het • denken, zooals hij het uitdrukt. In zijn psychologie bepaalt hij zich in hoofdzaak tot beschouwingen betreffende de denk- of kennisfuncties. Dit intellectualisme van Aristoteles heeft eigen-

Sluiten