Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORDRACHT X.

DE CYNISCHE WIJSGEEREN — DE STOA.

Het optreden van Sokrates was een keerpunt in de wijsgeerige ontwikkeling van Griekenland.

De vóór-sokratische wijsgeeren waren opgetreden met apodictisch gezag. Zij betoogden niet, maar zij beweerden en postuleerden met de beslistheid van profeten. Zij zeiden niet: de samenhang der dingen kan redelijkerwijze aldus worden gedacht, maar: die samenhang moet aldus zijn en niet anders. De laatste in de reeks was Anaxagoras. Hij verklaart de Rede voor het groote beginsel, dat aan het heelal samenhang en orde verleent; zoowel de natuur als de menschelijke samenleving worden, volgens hem, door dat beginsel gedragen. De Atheensche republiek in de dagen van Perikles, den vriend van Anaxagoras, gaf eene maatschappij te aanschouwen, op het beginsel der Rede gevestigd.

Doch weldra komen de sophisten met de bewering, dat de individueele mensch de maat aller dingen is. Daarmede wordt alle waarheidsbesef ondermijnd. Het wijsgeerig denken wordt misbruikt als een middel om de geesten te beheer'schen en invloed en macht te verwerven. De rhetorica, in een wijsgeerig kleed gehuld, is een kunst, die men kan aanleeren en waartoe men voor geld kan worden opgeleid. Doch de waarheid is zoek geraakt en niemand weet, waar zij te vinden is.

Te midden van deze luidruchtige sophisten vertoont zich de gestalte van den naar waarheid zoekenden Sokrates. Hij zoekt naar de waarheid in de eerste plaats om zijns zelfs wil; want hij is de eenige man in Athene, die weet dat hij niets weet. Hij is er vast van overtuigd, dat wie de waarheid vindt, tevens het geheim zal

Jansen. Geschiedenis der Wijsbegeerte. 14

ontwikkeling van ijneiceniana.

mnr/lan nnrmlsirl Tïnen rif» waarheid is zoek treraakt en niemand

Sluiten