Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des menschen wordt gesteld; zij kondigt zich dan aan als hoogste eisch van zedelijke volmaaktheid. Doch waar, zooals bij den Griek, het intellectualisme niet volkomen overwonnen is, daar wordt verlangd, dat die affirmatie berusten zal op de logische bewijsvoering, dat de omstandigheden en lotgevallen, die de ervaring van den individueelen mensch uitmaken, inderdaad als integreerende bestanddeelen van het Alleven moeten worden beschouwd en opgevat. Daaruit volgt dan, dat een wereldleer moet worden bedacht en ontworpen, die de strekking heeft om de aanvaarding in theorie van het heelal als alomvattende eenheid dienstbaar te maken aan eene berustende levensopvatting in de practijk. Zulk een wereldleer heeft de Stoa dan ook weten te construeeren. Zeno, de stichter der Stoïsche school, knoopt tot dat doel bij Heraklitus aan. Volgens de Stoa is het heelal eene volmaakte eenheid in drieerlei opzicht. In de eerste plaats bestaat er eenheid van materie; want de eenige grondstof, waaruit het heelal is opgebouwd, is het element des vuurs. (Denk daarbij aan Heraklitus, die hetzelfde leerde!) De onderscheidene openbaringsvormen van die oerstof bestaan niet naast en nevens elkander; zij doordringen elkander wederzijds, alles is ééne menging en versmelting. In de tweede plaats zijn stof en geest niet te beschouwen als twee verschillende substanties. De geest is in zijn wezen niets anders dan eene bijzondere verschijningsvorm van de stof. Stof en geest zijn in den grond der zaak één en zooals stof en geest één zijn, zoo vormen ook lichaam en ziel des menschen eene onverbrekelijke eenheid; ons lichaam is een deel van de universeele wereldmaterie, onze geest is een deel van de universeele wereldrede. De Stoa leert noch een psychophysisch, noch een theo-kosmisch dualisme, maar veeleer een monistischmaterialistisch pantheïsme. In de derde plaats is het heelal een eenheid ten opzichte van de opeenvolgende gebeuringen. Al wat geschiedt, volgt uit het daaraan voorafgaande met ijzeren noodwendigheid. Er geschiedt niets, wat ook anders had kunnen geschieden ; alles is een noodzakelijk uitvloeisel van den aard en het wezen des heelals en daar het heelal met rede is begaafd, ja zelfs

Jansen. Geschiedenis der Wijsbegeerte. '5

Sluiten