Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de openbaring der volstrekte redelijkheid is, daarom geschiedt alles naar het eeuwig goddelijk raadsbesluit; noodlot en Zeus zijn gelijkwaardige begrippen. Heel het wereldgebeuren wordt beheerscht door eene fatalistische praedestinatie.

A1 wat ruimtelijk naast-elkander is, al wat qualitatief onderscheiden is, al wat in tijdsorde na-elkander gerangschikt is, het wordt alles door een drievoudigen ijzeren greep omklemd, die al het bestaande tot een onverbrekelijke eenheid samenperst. Wil de mensch nu zijn leven overeenkomstig dit gegeven inrichten, dan heeft hij elke levensbizonderheid op te vatten en te doorleven niet als iets, dat op zichzelf staat, maar als onderdeel van het ééne, groote noodzakelijke Al-leven. Daaruit volgt, dat de positieve bepaling van het rechte doorleven van indrukken bestaat in eene vreugdevolle aanvaarding van al, wat ons overkomt, zonder ook maar iets uit te zonderen. Positief wordt dus de innerlijke vrijheid des menschen nader bepaald als vreugdevolle beaming van iedere voorkomende levenswerkelijkheid.

Doch naast het passieve ervaren staat het actieve doen, het handelen. Hoe zal de innerh'jk vrije mensch handelen? Hier erkent de Stoa twee hoofdmotieven, die echter niet met elkander in harmonie zijn. Reeds de Cynici hadden zich gebonden geacht aan de wet van het „natuurlijke." Wat met *s menschen natuur overeenkomt, behoort te worden betracht en bevorderd; wat „onnatuurlijk" is, wat tegen de natuur ingaat, behoort te worden nagelaten en' bestreden. De Stoa neemt deze onderscheiding over en leert, dat zekere richtingen van het handelen voor den mensch als „natuurlijk" hebben te gelden; en dat daartoe behoort het streven naar zelfbehoud en naar het behoud van zijn medemenschen. Dat is het eene motief voor het handelen. Maar de Stoici konden toch aan die handhaving van het eigen bestaan en dat der medemenschen geen absolute waarde toekennen; want dan moest de ondergang van het eigen bestaan en dat van anderen als een kwaad erkend worden, zoo groot, dat daardoor de inwendige vrijheid bedreigd of vernietigd werd. Dientengevolge is de Stoa wel genoodzaakt tweeërlei waarden

Sluiten