Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijmoedigheid bereiken, gebruik dan uwe rede om alle instincten radicaal uit te roeien. Aristippus leert daarentegen: wilt ge een toestand van blijmoedigheid bereiken, gebruik dan uwe rede om door beter inzicht uwe instincten aldus te hervormen, dat alle lustgevoel in kracht toeneemt, alle smartgevoel onderdrukt wordt.

Die instincten toch berusten op eene onjuiste waardeering, welke voor beter inzicht moet wijken. Smartwekkende begeerten, zoo drukt hij zich uit, — b. v. liefde en afgunst, kent de wijze niet; want die ontstaan uit „louter schijn" en „ijdele meening".

Het beeld van Aristippus' persoonlijkheid, zooals het door zijne tijdgenooten aan het nageslacht is overgeleverd, stemt met de bovengeschetste levensopvatting overeen. Horatius zegt er van:

Gaandeweg kom ik terug op den regel van Aristippus,

Tracht ik de dingen naar mij, niet mij naar de dingen te richten,

Ieder ding, ieder lot, elke stand komt Aristippus gelegen;

Steeds naar het grootere trachtend, beheerscht hij volkomen het heden."

„Hij was," zoo wordt van Aristippus verhaald, — „steeds in staat zich aan elke plaats, elk tijdstip, elke situatie aan te passen, en iedere rol consequent door te spelen.... Hij vond genot in hetgeen voor de hand lag en gaf zich geen ijdele moeite om een genot te verwerven, dat niet voorhanden was. Daarom noemde men hem een koninklijken Cynicus. Hij voelde zich even gelukkig in een prachtgewaad als in lompen gehuld." Toen Sokrates hem vroeg, of hij wilde heerschen of dienen, moet zijn antwoord geweest'zijn: „Ik reken mij niet onder de heerschenden en ook niet onder de dienenden; het komt mij voor, dat er een middelweg is, die niet leidt tot het heerschen, noch tot het dienen, maar tot de vrijheid, en dus tevens tot de gelukzaligheid." — Hoe stelt zich nu Aristippus dit verband voor tusschen vrijheid en genot? Daaromtrent heeft hij zijne meening kenbaar gemaakt in een uitspraak, die in tweeërlei lezing is overgeleverd. De eerste luidt: „Niet hij overwint den lust, die zich onthoudt, maar die den lust geniet zonder er door te worden medegesleept." En de tweede: „Den lust te beheerschen en niet door hem overmand te worden, is het

Sluiten