Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vestigt hij zijn kennisleer. De goden eten en drinken als de menschen en spreken Grieksch met elkander. De zon is niet grooter dan zij zich aan ons voordoet. Zijne lusttheorie grondt hij op de opmerking: als iemand een lichaam heeft en bovendien een gewaarwordingsvermogen, dan zal hij erkennen, dat lust het waarachtig goede is, en hij heeft verder geen bewijs noodig. „Ik zou niet weten", zoo redeneert hij verder, „wat ik onder het goede zou moeten verstaan, als ik het genot van een goede tafel, van het geslachtsverkeer, van welklinkende tonen en schoone gestalten buiten rekening moest laten." Daarbij vertoont hij de hebbelijkheid van zich plat uit te drukken en niet, zooals men ook onder beschaafde Grieken dat gewoon was.

Dezelfde man, die zich nu en dan wat plomp en boersch uitdrukt, gevoelt zich, — o zonderling spel van het lot! — geroepen, om in woord en wandel het beginsel voor te staan van „het verfijnde levensgenot." Hoogstwaarschijnlijk heeft dan ook die kring van vrienden en vriendinnen, die in den „tuin van Epikurus" het gedruisch der wereld ontweek, nu juist niet tot de élite van het toenmalige Athene behoord. In het Parijs van het tweede Keizerrijk zou men zulk een kring een „salon des esprits forts du faubourg" genoemd hebben. Van de daar gesmaakte genietingen moet men zich dan ook geen al te weidsche voorstelling maken. Epikurus, die een zwakke constitutie had, was dientengevolge wel genoodzaakt matig en sober te leven en de geringheid zijner inkomsten noopte hem niet minder tot zulk een levenswijze. Water en brood waren zeker wel de hoofdbestanddeelen van het dagekjksch menu. Dit was in volkomen overeenstemming met de theorie, die aldus door hem werd geformuleerd : „De zelfgenoegzaamheid achten wij een groot goed, niet ten einde steeds maar weinig te genieten, doch om, wanneer wij het vele niet hebben, met het weinige tevreden te zijn, in de vaste overtuiging, dat, wie de luxe kan missen, er het meeste genot van zal hebben." Met die „luxe" liep het niet heel hoog. „Zend mij een kaas van Cythros, opdat ik me eens naar hartelust te goed kan doen", zoo schrijft Epikurus

Sluiten