Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hypochondrie doet Epikurus het hoogste levensideaal zien in een toestand van smarteloosheid. Zulk een toestand is het meest bereikbaar voor hem, die door weinig behoeften en begeerten geplaagd en gefolterd wordt.

Het Epikurisme onderscheidt drie soorten van behoeften. Tot de eerste categorie behooren die, welke natuurlijk en noodzakelijk zijn, omdat een positief smartgevoel ontstaat, wanneer zij niet bevredigd worden. Zulke behoeften zijn b.v.b. honger en dorst. Men moet ze zoo goed mogelijk bevredigen. In de tweede plaats zijn er behoeften, die wel is waar natuurlijk, maar niet noodzakelijk zijn, omdat hare bevrediging in den lusttoestand wijziging brengt, hareniet-bevrediging echter geen smart doet ontstaan. Daartoe behoort b.v.b. het verlangen naar smakelijke spijzen. Deze behoeften mag men wel bevredigen, doch men moet er zich ook aan gewennen, ze onbevredigd te laten. Eindelijk zijn er behoeften, die noch natuurlijk, noch noodzakelijk zijn; want hare bevrediging brengt geen geluk, hare niet-bevrediging geen leed. De roem is b.v.b. zulk een „ingebeelde vreugde." Zulke behoeften moeten uitgeroeid worden met wortel en tak. „De rijkdom der natuur", zoo zegt Epikurus, „is begrensd en daarom gemakkelijk te verwerven; de rijkdom der „ijdele inbeeldingen" heeft geen grenzen; zij verliest zich in het oneindige."

Door deze levensregelen op te volgen wordt reeds heel wat bereikt; namelijk wordt een groot deel van de smarten des levens overwonnen. Bovendien wordt zoodoende het besef van onafhankelijkheid versterkt; men weet, dat men zich zelf beheerscht en zijn begeerten onder bedwang heeft.

Doch bovendien, — zoo leert Epikurus, — zal de mensch niet waarlijk gelukkig en vrij zijn, zoolang hij niet den toestand van geestelijke rust en onbewogenheid, van „At«/m(^<«" heeft bereikt, als een blijvend en duurzaam goed. Daartoe moet echter alle vrees overwonnen worden: vrees voor de goden, vrees voor den dood, vrees voor smart en pijn. We hebben reeds vernomen, hoe Epikurus ook in de practijk heeft getracht aan deze drievoudige vrees te ontkomen.

De persoonlijkheid van Epikurus heeft, in weerwil van hare een-

Sluiten