Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarheid heeft haar klassieke uitdrukking gevonden in de zoogenaamde tien tropen van Aenesidemus. Die tropenleer is merkwaardig genoeg, om er eenige oogenblikken bij stil te staan.

De eerste trope betreft het onderscheid der zinnelijke waarnemingen aangaande hetzelfde ding bij verschillende levende wezens. Hoe verschillend is het gezichtsorgaan gevormd bij den mensch, bij de verschillende zoogdieren, bij de insekten 1 Zal het beeld, dat de roos in het oog van die verschillende wezens werpt, niet belangrijk verschillend moeten zijn ? Hoogst waarschijnlijk zullen honden, visschen, leeuwen, menschen, sprinkhanen dezelfde dingen noch in •gelijke grootte, noch in gelijken vorm zien. — En voor de andere zinnen geldt hetzelfde. Kan men aannemen, dat de tastgewaarwordingen, door het aanraken der dingen gewekt, dezelfde zullen zijn bij schaaldieren, naakthuidige, gevederde, geschubde, gestekelde dieren? Zal een trillende snaar denzelfden toon wekken in een nauwen en in een wijden, in een behaarden en in een onbedekten gehoorgang? Zullen dieren met een droge tong hetzelfde proeven als dieren, wier tong steeds vochtig is? Heeft een koortslijder dezelfde smaakgewaarwordingen als een gezond mensch?

Nog sterker wordt het onderscheid, wanneer men let op de gevoelstonen, die bij de verschillende wezens de gewaarwordingen begeleiden. Wat de een aangenaam vindt, vindt de ander verschrikkelijk; wat den een in verrukking brengt, brengt bij den ander afschuw teweeg. De mensch walgt van zeewater; de visch plast er niet alleen in, maar drinkt het met welbehagen. Wij bemerken derhalve, dat dezelfde zintuiglijke waarnemingen bij de dieren door geheel andere gevoelstonen worden begeleid dan bij ons. Hebben wij menschen nu het recht, onze gevoelswaardeeringen voor de ware te houden? Mogen wij in dezelfde zaak partij en rechter zijn tegelijk? Staat de mensch bovendien in dergelijke zaken zooveel hooger dan de dieren en hebben wij wel het recht, ons op onze rede zoozeer te laten voorstaan als op iets, dat ons ver boven de dieren verheft? De hond b.v. ruikt, hoort en ziet scherper dan wij, en verstand heeft hij ook; want hij wijkt voor

Sluiten