Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

name te noemen; maar overigens is hij te weinig critisch aangelegd om de verschillen breed uit te meten. Hij is veel meer de man der verzoenende synthese dan der op strijd beluste antithese en zelfs de denkbeelden der skeptici hebben hem enkele bouwsteenen geleverd voor de constructie van zijn grootsch aangelegd systeem, dat juist omdat het boven alles uitstreeft wat de wijsbegeerte tot toen had gewrocht, de dubbele roeping vervult van aan het antieke denken eene grandiose afsluiting te verleenen en tevens heen te wijzen naar het nieuwe, dat te komen staat en dat christendom heet. In het fundamenteele staat het Nieuw-Platonisme diametraal tegenover het christendom en zijne belijdenis. In niemand komt dat zoo sterk en typeerend uit dan in dien genialen keizer, dien Nieuw-Platonist op den troon, in Juliaan den Apostaat. In christelijke omgeving opgevoed, dwingt hem, tot mannelijke rijpheid gekomen, zijn eerlijk geweten om met dat christendom te breken, dat reeds toen in de vierde eeuw, kort na de dagen van Constantijn den Groote, bedenkelijke sporen vertoonde van ontaarding en verval. Met het vurig fanatisme, dat het doorloopend kenmerk is van eiken renegaat, werpt hij zich in de armen van het Nieuw-Platonisme en bindt met dat christendom een strijd aan op leven, en dood. Hij voert dien strijd met de geweldige geestelijke wapenen, die het Nieuw-Platonische tuighuis hem verschaft. Maar die strijd leidt tot zijn ondergang; want hij treedt in de bres voor het oude, het verledene, dat onherroepelijk ten ondergang neigt, en het christendom, trots al zijn gebreken, is toch het nieuwe, het „noch-nichtdagewesene", dat voor zich de toekomst opeischt. Maar wat zien wij nu later gebeuren? Het Nieuw-Platonisme als stelsel blijkt wel is waar overwonnen; doch wat daarin levensvatbaarheid heeft, werkt in de wereld der geesten door en het christendom vermag zich niet in die wereld te accrediteeren, het vermag zich geen dogmatisch huis te bouwen als geestelijke woning, zonder gebruik te maken van constructieve gedachten-elementen, die aan het NieuwPlatonisme zijn ontleend. Later zal ons dat duidelijker worden, wanneer wij bij Augustinus als denker hebben stil te staan.

Sluiten