Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Lichamen kunnen zich niet met lichamen vereenigen; want zij zijn ondoordringbaar; maar zij verhinderen niet, dat het onlichamelijke zich met het onlichamelijke vereenigt; want wat deze laatste scheidt, is niet de ruimte, maar het anders zijn, het onderscheiden zijn. Wordt het onderscheid opgeheven, dan kan niets hunne vereeniging weerhouden en zij zijn ten opzichte van elkander tegenwoordig. In het Eéne is geen onderscheid, het is derhalve altijd tegenwoordig; maar wö zijn dan eerst in de tegenwoordigheid van het Eéne, wanneer wij de vervreemding, die ons van dat Eéne gescheiden houdt, verzaken. Het Eéne richt niet zijn streven op ons; doch wij richten ons streven op het Eéne".

„Toch is onze blik niet onafgebroken op het Al-Eéne gericht. Wij gelijken op een koor van zangers, die wel voortdurend om den koorleider zijn geschaard, maar die toch nu en dan den blik zijwaarts wenden en valsch zingen. Maar als wij onzen blik op den koorleider richten, dan zingen wij schoon en zijn in waarheid met hem verbonden. Aldus bevinden wij ons steeds in de sfeer van het Eéne, zelfs wanneer wij ons van dat Eéne afwenden en het met meer kennen. Niet altijd hebben wij den blik op het Al-Eéne gericht; maar als wij het aanschouwen, dan wenkt ons het doel en de rust; wij zijn dan niet meer in een toestand van tweespalt met het Eéne, en vormen in der waarheid om dat Eéne als middelpunt een rei van door God bezielde zangers."

„In dien reidans aanschouwt de ziel de bron des levens.de bron des geestes, het beginsel des zijns, de oorzaak van het goede, de wortel van haar bestaan."

„Elke ziel is eene Aphrodite. In haar natuurlijken toestand verlangt zij naar God, om in liefde met Hem één te worden, f gelijk een maagd van edele geboorte slechts in een edele liefdé bevrediging kan vinden. Wanneer de ziel echter naar de sfeer der hchamelijkheid is afgedaald en als door een roes van zinnelijken hartstocht verdwaasd is, heeft jij haar edele liefde voor een sterfelijke hefde ingeruild en trotseert zij in overmoed de smart, door de scheiding van haren Vader gewekt. Doch ten leste begint zij hier

Sluiten