Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sekten en godsdienstige gemeenschappen, waarmede het Romeinsche wereldrijk in die dagen als het ware was overdekt; een sekte, die, naar hun meening, blijkbaar evenveel of evenweinig belangstelling verdiende als de andere.

Bij de behandeling van het Nieuw-Platonisme trok het onze aandacht, hoe sterk in de eerste eeuwen onzer jaartelling de godsd.enstige kwesties op den voorgrond traden en hoe de pijnlijke onzekerheid op het gebied der hoogste dingen een sterke aansporing werd om te zoeken en te tasten naar een steun voor het twijfelend gemoed, waaraan het zich kon vastklemmen en waarbij het vrede kon vinden. Wij weten reeds, hoe elke nieuwe cultus er 'staat op kon maken een kring van aanhangers te vinden en hoe de 'kans van slagen grooter werd, naar gelang eenig nieuw godsdienstig geloof gepaard ging met meer geheimzinnigheid in leervormen en gebruiken Geen wonder, dat naast Mythra- en Osirisdienst, naast NieuwPythagore├»sche inijsterie├źn, en zooveel anders, ook aan het Christendom ruimte van beweging werd gelaten, zonder dat er nu juist zoo heel veel aandacht aan werd verleend of ophef van werd gemaakt. Eerst wanneer blijkt, dat de aanhangers der nieuwe sekte weigeren de goddelijkheid van het keizerlijk staatsgezag te erkennen en bezwaar maken om eenige korrelen wierooks te strooien in de vlam, die van het voor de keizerbuste opgerichte reukaltaar opstijgt begint men de christenen als staatsgevaarlijk te beschouwen. Dan is het met de keizerlijke tolerantie vooreerst gedaan en nemen de vervolgingen een aanvang. Zeker hebben echter die vervolgingen er meer dan iets anders toe bijgedragen om het christendom bekend te maken en de honderden zijner belijde^ te vermeerderen tot duizenden en tien duizenden. Een der bekende kerkvaders uit die dagen mocht dan ook wel terecht beweren, dat het bloed der martelaren hetzaad der kerk was In den aanvang van de vierde eeuw onzer jaartelling komt er in den toestand een gewichtige kentering. Met Constantijn den Groote wordt door de keizerlijke regeering, ook tegenover het christendom, een politiek van tolerantie gevolgd. Werd het christendom dan niet langer beschouwd als gevaarlijk voor den staat?

Sluiten