Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen; want het werd in de handen van den keizer een werktuig om staatkundige doeleinden te bereiken. Met behulp van het christendom wist Constantijn, aanvankelijk Caesar van Gallië, de alleenheerschappij en daarmede de eenheid der wereldmonarchie te herstellen. Van nu aan waren staatsalvermogen en christendom door banden van gemeenschappelijk belang verbonden. Het christendom kwam tot eere; de staatsambten werden bij voorkeur aan christenen geschonken en de kerk was op haar beurt dankbaar voor de keizerlijke gunst; want èn bij hare organisatie èn bij de vaststelling van hare dogmatiek rekende zij met zijn wenschen en richtte zich, wanneer het er op aankwam, naar zijn keizerlijken wil.

Ondertusschen had het christendom, niet alleen wat het uitwendige, maar ook wat zijn innerlijk gehalte betrof, een belangrijk ontwikkelingsproces doorgemaakt, waarbij wij even moeten stilstaan.

Wij hebben reeds opgemerkt, dat de Hellenistisch-Romeinsche wijsbegeerte, de metaphysica nagenoeg ter zijde latende, zich aanvankelijk bijna uitsluitend had bezig gehouden met de vraagstukken van ethiek qKHjfffiË^ en dat zij later haar volledige belangstelling had geschonken aan de godsdienstige vragen en problemen, die hoe langer hoe meer het menschelijk gemoed begonnen te ;ontroeren. De veelheid en veelsoortigheid der onderscheiden wijsgeerige stelsels, die elk hun aanhangers telden, werkte daartoe mede. Hoe meer toch die stelsels onder elkanders invloed kwamen, hoe duidelijker het bleek, dat de wijsbegeerte niet bij machte was de taak te vervullen, die zij zich zeiven had gesteld, namelijk den mensch door verheldering van zijn verstandelijk inzicht op te voeden tot deugd en gelukzaligheid, tot geestelijke onafhankelijkheid, tot volkomen zedelijke vrijheid. Dit ideaal had de wijsbegeerte niet bereikt. Het skepticisme b.v.b. was tot het resultaat gekomen, dat de deugd eer bestond in het zich ontledigen van het weten, dan in het weten zelf, en de Stoa had betwijfeld, of het ideaal van den wijze wel ooit verwezenlijkt was of verwezenlijkt zou worden. Bovendien was de herinnering aan Plato nog levendig, die het wezen der dingen had gezocht in een wereld, hooger dan die der

Sluiten