Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven gegroeid. Doch wij hebben slechts de eerstelingsvruchten geoogst. Wij verlangen naar meer. Wij hebben zijn volheid nog nauwelijks gezien, veel minder in heel haar omvang genoten."

Ik haal deze citaten aan, ten einde u te overtuigen van het feit, dat de moderne mensch, ook hij, die zich buiten eenig kerkverband heeft gesteld, reikhalzend tracht om met Jezus in levend contact te komen. Hij zoekt; doch waar zal hij vinden?

Het kerkelijk georganiseerde christendom roept hem toe: „Kom tot ons; wij zullen u Jezus leeren kennen." Maar hoe zal hij in dat christendom vertrouwen stellen, waar het eene aangelegenheid betreft, zoo gewichtig als deze? Is de opmerking onjuist, die iemand maakte, toen hij zeide: „Als men het tegenwoordig christendom vraagt, wie zijt gij ?, dan past alleen het antwoord van den door den duivel bezetene, waarvan de evangelist verhaalt: mijn naam is legio; want wij zijn velen." Ieder christendom vertoont zijn eigen, afzonderlijk, dogmatisch gestempeld Jezusbeeld. Tot welk christendom moet de zoekende zich om inlichting wenden?

Onze tijd is een tijd van realisme en van empirie. Vroeger was dat anders. De geleerden bepeinsden de problemen van natuur en geschiedenis binnen de wanden van hun studeervertrek, lazen dikke boeken, die anderen erover hadden geschreven en trachtten, al nadenkende en overwegende, tot eene aannemelijke verklaring te komen. Zij speculeerden heel diepzinnig, bouwden een theoretisch stelsel en zonder het te weten of te vermoeden, deden zij terwille van de eenmaal aanvaarde theorie aan de werkelijkheid geweld aan. Natuurwetenschap was in den grond der zaak natuurphilosophie en geschiedenis was geschiedenisphilosophie. De uitkomst was: een bonte wisseling van mèeningen, beweringen en opvattingen, maar geen degelijke vooruitgang in betrouwbare kennis, geen vordering in wetenschappelijken zin. Langzamerhand is dit anders geworden.

Nuchtere en voorzichtige beoefenaars der wetenschap zijn het over ééne zaak eens, namelijk hierover, dat er een werkelijkheid bestaat, die zich niet richt naar onze opvattingen, en zich niet stoort aan onze subjectieve meeningen en theorieën; en dat wij,

23*

Sluiten