Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergaderde het Lagerhuis niet en plegen breedbespraakte ministers Zaterdags althans hun mond te houden. Het zou dus wel stil wezen.

In de kamer van het buitenland zat de collega met den vroegen dienst reeds achter een stapel telegrammen. „Veel?" vroeg hij.

„Neen, allemaal lariekoek," antwoordde de ander doorpennend.

„Wat is die stapel dan?"

„De Norddeutsche. Weer een lange reeks aanhalingen uit wit-, rood-, geel- en andere bont- en blauw-boeken, om te bewijzen, dat Duitschland den oorlog niet gewild heeft. Ik ben aan het zevende vervolg: Norddeutsche siebentes Wolff — en nog geen „Schluss"."

„Ik wou, dat ik eens een van dieredacteuren van de Norddeutsche een kwartier onder vier oogen mocht spreken," dreigde de nachtredacteur. „En wat verder?"

„Turksche persstemmen over den toestand op het Oostelijk front."

„Ik hoop, dat ik vóór m'n dood nog eens een Turksch journalist ontmoet, ben benieuwd hoe zoo'n man er uit ziet," mopperde de nachtredacteur.

Toen nam hij den stapel ingekomen telegrammen op, maakte al lezend aanteekeningen, lichtte den deksel van de schrijfmachine en tikte: „Buitenlandsch Overzicht." Nadat hij dat gedaan had, zat hij een heele poos zijn sigaar te bekauwen. Waar zou hij het in s hemelsnaam over hebben? Toen nam hij een besluit: de keizerlijke tegenomwenteling in China. En een uur lang ratelde de machine, zette hij een heele theorie uiteen, dat China niet rijp is voor een republiek, dat het volk doorzijn overleveringen en godsdienst van nature geneigd is tot den imperialistischen staatsvorm en zoo meer. Hij was er eigenlijk

Sluiten