Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„In de loopgraven vermoedelijk."

„Gaat u naar boven?" Dat beteekende de batterijstellingen op de heuvels. „Ja."

„Zeg dan" en geheimzinnig trok hij mij ter zijde, fluisterde : „zeg dan, dat ze oppassen. Er is een komplot in de stad ontdekt, — vannacht, gedurende den aanval zullen zeprobeeren om de Duitsche en Oostenrijksche vrijwilligers, die de stukken bedienen, af te maken. Laat niemand op de batterijen toe — hier hebt u de wachtwoorden." En hij verdween — donkere plek in den donkeren nacht,

Ia ging naar de batterijen. Onderweg ontmoette ik een Duitsch officier, een der commandanten, vertelde hem het dreigende gevaar.

„Aangename situatie", meende hij.

Door de hellende straten klommen we moeizaam tegen de heuvels op, bleven halverwege rusten. Over de stad, — die schaarsch verlicht- onder ons lag, — konden we de donkere vlakte zien, waarin de vijand thans moest naderen, en daarachter de bergen, tegen wier hellingen zijn wachtvuren brandden — een lange reeks, dan eens helder, dan weer donker. Dat waren de lichtseinen. Daar bij de vuren stonden ze met hun lange mantels en dekten er mede bij tusschenpoozen, op afgesproken teekens, het schijnsel van af. Nog was het stil in de vlakte, en ook in de stad was het ongewoon rustig, Soms blaften honden in de verte, hoorde men van de reede op een oorlogsschip eenig geraas van metaal op metaal.

Toen plotseling, klonk een geweerschot, en nog een, en dan een paar te gelijk, een honderd te zamen en dra zwol het geweervuur aan op de geheele linie tot één groot ratelend geraas.

„Daar heb je het"

„Hoor je de machinegeweren al?"

Sluiten