Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeenschappelijk bewustzijn.

aardbewustzijn.

gedachtenoverdracht.

dat hij dan ook zich niets herinnert van den vorigen toestand. Men spreekt dan van het dubbel-ik.

Bij het spiritistisch schrift meent de schrijver, dat hij zelt niet zijn hand bestuurt, maar schrijft dat toe aan een geest. Een voor de hand liggende verklaring is echter, dat het schrijven wordt beheerscht door het onderbewustzijn, zoodat de persoon er geen besef van heeft, dat hij het zelf doet.

Zooals er een splitsing van ons persoonlijk bewustzijn kan zijn, komt ook een samensmelting van de bewustzijnen van meerdere personen voor. Op een vergadering, bij een volksoproer, in de kerk, in intiemen kring, bij een oorlog en in meerdere gevallen kunnen een aantal menschen zóó gelijk van gedachten en gezindheid zijn, dat alle verschillen wegvallen en men kan spreken van een gemeenschappelijk bewustzijn.

Dat dieren ook bewustzijn hebben, ligt voor de hand; hoe staat het met planten? Zij leven, groeien, zoeken voedsel, keeren zich naar de zon, slapen, ademen. Is ook hier niet een zeker bewustzijn, al zijn er geen hersenen? En de zoogenaamde doode stof? Is de verrotting, de verweering, de verandering in t.algemeen, ook niet een soort van leven? Bestaat er wel dood / Ut heeft alles nog een soort van bewustzijn, al is het van een anderen aard dan het onze? De aarde kent ook dag en nacht, zij slaapt en waakt; zij heeft haar groot bewustzijn, waarin de afzonderlijke bewustzijnen van menschen en dieren de elementen zijn. zooals in ons persoonlijk bewustzijn de enkele gewaarwordingen. En evenals er tusschen twee of meer gewaarwordingen

verband kan zijn ^associatie; zoo Kan er iu»uicu *~rT'™-' bewustzijn en dat van anderen op aarde ook een verbinding bestaan. In onze hersenen zorgen de vezels voor die verbinding, welnu, de aarde kan de gedachten van den eenen mensch naar den anderen leidep; zoo wordt dus de gedachtenoverdracht mogelijk gemaakt. Inderdaad zijn er wetenschappelijke proeven genomen, die hebben bewezen, dat het niet louter toeval is, dat ons de gedachten van verwante personen invallen, al zijn ze ver van ons verwijderd.

geestelijk voortbestaan.

Als een geestelijk verschijnsel uit ons bewustzijn is verdwenen, is zijn werking, zooals we bij de secundaire functie bespraken, nog volstrekt niet afgeloopen. Het oefent vanuit het onderbewustzijn nog wel degelijk invloed op onzen oogenbhkkelijken bewustzijnsinhoud uit.

Geheel in overeenstemming met dit feit kan nu worden aangenomen, dat bij het sterven van een persoon zijn bewustzijn niet voorgoed weg is. maar in 't onderbewustzijn van de aarde blijft voortbestaan en vandaar uit weer in verbinding kan treden

Sluiten