Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begaafde leerkrachten kunnen met veel talent de nuttige kennis zoodanig begraven in een mooie aankleeding, dat de kinderen de vergulde pil met graagte nemen.

Tot ongeveer 8 jaar moet van het leeren nog een spelletje worden gemaakt. Bij het rekenen moeten we niet met blokken en staafjes en ballen en kuben werken, maar met teekeningen van jongens, meisjes, bloempjes, kersen, appels, pruimen, oliekoeken, eendjes, vogeltjes, boompjes, enz. in allerlei kleuren. Daar kunnen ze bij phantaseeren.

Willen we ze beter leeren spreken en aan de beschaafde omgangstaal gewennen, dan moeten we mooie platen 'nemen, waarover vertellingen gedaan en versjes geleerd kunnen worden.

Ook het lezen moet fleurig zijn jen niet beginnen met een saaien cursus in ontbinden en samenstellen, maar dadelijk aan mooie illustraties verbonden worden. De vormen der letters moeten we vergelijken met een eendje, stoeltje, pijp, enz. Hoe meer poëzie hoe mooier, maar ook hoe beter opnemen.

De aardige werkjes bij het fröbelen geven volop gelegenheid, om kinderen, die nog geen kleuren kennen, deze te leeren; ook de begrippen van één, twee en drie komen er spelenderwijze in en de vingerspieren worden geoefend, wat een goede vooroefening voor het schrijven is.

Bij het kleiwerken moet men echter niet in de fout vervallen meetkunstige lichamen te laten maken; dat is weer niets voor de kleintjes; ze moeten hun phantasie oefenen en daarom nóg vrij werken.

Zoo moet ook het teekenen in de eerste twee leerjaren geheel vrij zijn en aan de phantasie volop gelegenheid geven, zich te ontwikkelen.

In de middelklassen en ook nog in de hoogere moeten we veel leeren door doen, en weinig verklaren. De kinderen kunnen uitleggingen en vejtklaringen nog moeilijk volgen. Er wordt nog heel wat tijd verknoeid met lange mondelinge lessen, die duidelijk begrip en inzicht willen aanbrengen. Het kind interesseert zich nog weinig voor het waarom; het is nu de gulden tijd om veel vaardigheid te krijgen. Daarom zullen we hier heel veel cijferen, technisch lezen met weinig bespreking, borden vol moeilijke woorden afschrijven, aardrijkskundige kaartkennis en jaartallen memoriseeren. Door heel. wat schriftelijk werk te maken, dus door veel doen, komen we veel verder dan door veel uit te leggen en er in hoofdzaak luisteren en begrijpen van te maken. Denksommen zijn zelfs in de hoogste klas der lagere school nog een ondankbare opgave; daarom moet de redactie der vraagstukken zoo kort mogelijk zijn en eische men geen beredeneerde oplossingen. Grammaticaal inzicht is moeilijk aan te brengen en geeft voor Douwes, Moderne Paedagogiek. 4

ipelend leeren.

leeren door

doen. vaardigheid.

Sluiten