Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreemde taal.

visueelen. auditieven. motorischen.

het zuiver schrijven nog heel weinig steun; de kinderen moeten de taaicorrectheid in de pen hoofdzakelijk hebben van goed zien en serieus naschrijven.

Op heel wat scholen wordt al in de 4<ie klas met het Fransch begonnen. Ondanks de geleidelijke leergangen en de toewijding der onderwijzers zijn de resultaten bedroevend. Het is een voortdurende misère voor de meeste kinderen.

Als het uitsluitend om het spreken der vreemde taal te doen is, dan is het aan te raden, zoo jong mogelijk te beginnen, om er aan te gewennen, maar de themamethode, die voortdurend een beroep doet op het oordeel en 't inzicht, is ten eenenmale ongeschikt voor de jaren beneden 12 en daarom behoort de studie der vreemde talen tot de voortzettingsschool te worden verschoven. Uitsluitend leesstof kan wel wat eerder worden begonnen, vooral met begaafde kinderen.

Na 12 jaar kunnen we wat grammaticaal inzicht geven, denksommen oplossen, thema's maken en met de eigenlijke beginselen der natuurkunde een aanvang maken; wiskundig logisch denken en werken met abstracties komt eerst in de overgangsjaren; dan is er ook meer geestelijke energie en liefde voor studie.

We moeten bij ons onderwijs er voor zorgen, dat de drie opnemingstypen gelegenheid krijgen, de stof op de voor hen meest geschikte wijze op te nemen.

Bij het aanvankelijk lezen moeten we de letters niet alleen leeren door ze te laten zien en de namen telkens te doen hooren, maar ook, door de vormen met de vingertoppen op de bank te laten maken en zoo dus te doen voelen; de blinden moeten het van die spiervoorstellingen grootendeels hebben; ook vele normale kinderen hebben er voor 't opnemen en onthouden grooten steun van. Daarom is het niet alleen een aardige afwisseling, als we de letters ook van klei laten maken, maar tevens nuttig en leerzaam.

Bij het zuiver schrijven moeten we de afwijkende woorden als hoed, vader, musch, chocola, enz. niet alleen op 't bord laten zien en bespreken, maar heel vaak laten opschrijven, alweer om bij die woorden, welke altijd op dezelfde wijze worden geschreven, vaste opeenvolging van spierbewegingen te krijgen, zoodat de pen na hoe vanzelf een d maakt.

Als we een geschiedenisles geven, dan doen we het best met de les eerst te vertellen, voor de auditieven, dan beknopt op te schrijven, zoodat de visueelen aan het zien der woorden steun hebben, en de motorischen aan het naschrijven. Door de les nog eens achterna te laten oplezen, steunen we ook nog alle drie typen. Vooral voor de motorischen is het heel nuttig, al hun schriftelijk werk met fluisterstem even weer na te lezen; ze voelen dan weer de spreekbewegingen.

Sluiten