Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Het dwaze inzien van eenige zinnen, a. Ik heb drie broers: Paul. Ernst en ik.

b Gisteren kwam een fietsrijder te vallen: hij kreeg een schedelbreuk en was onmiddellijk dood. Men bracht hem in 't ziekenhuis en vreest, dat hij tniet meer zal redden. , ...

c. Er heeft volgens de courant een spoorwegongeluk plaats gehad, t was echter niet erg, want er waren maar 48 dooden.

d Voor eenige dagen vond men in een bosch het lijk van een meisje, dat in achttien stukken gesneden was. Men vermoedt, dat de ongelukkige zelfmoord gepleegd heeft. . ,

e. Een kennis van mij zei laatst: Als ik mij nog eens uit wanhoop van 't leven mocht berooven, dan zou ik het nooit op een Vrijdag doen, want dat is een ongeluksdag voor me.

Men waarschuwe de kinderen vooraf, dat men zinnen zal voorlezen, waarin iets zots voorkomt en dat ze zich goed moeten bedenken, wat dat zotte is. De zinnen, worden echter volkomen ernstig voorgelezen. Drie van de vijf moeten goed beantwoord worden en voor elk geve men 2 minuten bedenktijd.

4. Moeilijker verstandsvragen beantwoorden.

a. Als je naar school gaat en bemerkt, dat je te laat zult komen, wat zul je dan doen? . , -

• b. Wat moet iemand doen, vóór hij wat gewichtigs onderneemt /

c. Waarom vergeeft men een slechte daad, die in toorn bedreven werd, eerder dan een, die in kalmte werd volbracht?

d. Als men je vraagt, hoe je over iemand denkt, dien je niet of maar even kent, wat zul je dan zeggen?

e. Waarom moet men iemand meer naar zijn daden beoordeelen dan naar

zijn woorden? , , , , „

Van deze vijf vragen moeten minstens drie goed beantwoord worden en voor elk antwoord geve men 20 seconden bedenktijd. De redactie is voor 10-jarige kinderen nogal lastig: men kan ook eenvoudiger vrage^als de mhoud maar dezelfde is. Zoo kan men b.v. bij vraag c of e ook bepaalde voorbeelden geven; het wordt dan meer concreet voor 't kind.

5. Drie gegeven woorden in twee zinnen onderbrengen.

Men leest de drie woorden, b.v.: Amsterdam, zee, rijkdom, eenige keeren voor; daarna geeft men het kind de pen en verzoekt het, twee zinnen op te schrijven, waarin de drie woorden voorkomen. ufafci

Goedgekeurd worden b.v. Amsterdam ligt dicht bij de zee. Er is veel rykdom.

Begrijpt het kind de opgave niet, dan vrage men eerst een zin te maken^et •t woord Amsterdam, dan een met 't woord zee en daarna een met t woord r0Ubm.-En nu make men duidelijk, dat voor twee van die zinnen een in de plaats moet komen.

11 jaar.

Voor dezen leeftijd hebben B. en S. wel eerst een serie tests gegeven, doch later zijn eenige daarvan bij die van 10 jaar en andere bij die van 12 jaar gevoegd, terwijl ze deze niet door een nieuwe serie hebben vervangen.

12 jaar.

li Her vergelijken van lijnen onder suggestie. Men teekent op een blaadje papier een staande lijn van 4 cM. lengte; daarnaast rechts, op een afstand van 1 cM en in 't verlengde v^e eerste, een tweede lijn van 5 cM. Op een ander blaadje komen soortgelijke lijnen van 5 enócMTop een derde twee van 6 en 7 cM. Nu neme men nog drie andere blaadjes waarop de lijnen niet in lengte verschillen, doch alle 7 cM. zijn

Het kind moet op elk blaadje de langste van de twee lijnen^aanwnzen^er is natuurlijk kans, dat het door de eerste drie paren suggestief beïnvloed is bij de beoordeeling.

Sluiten