Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gaat de becijfering van een verdeelden cirkelrand in twee richtingen, bijv. van twee nulpunten uit naar links en naar rechts van 0° tot 90°, dan heeft men voor de aflezing een zoögenaamden dubbelen nonius noodig, d. i. een nonius, welke van den index uit naar links en naar rechts verdeeld is, en waarvan men dan, al naar gelang van het deel van den cirkelrand, waarop de aflezing geschieden moet, de naar links, dan wel de naar rechts verdeelde helft bezigt.

Bij enkele randverdeelingen, vooral bij die waarbij de randdeelen betrekkelijk klein zijn, treft men een nonius aan, waarvan n deelen overeenkomen met 2n — 1 deelen van den rand; hier bedraagt het verschil tusschen twee deelen van den rand en één deel van den nonius: een n',e deel van een randdeel.

De aflezing geschiedt hier geheel op dezelfde wijze als bij den gewonen nonius.

§ 11. Bij het aflezen van den nonius moet men eenige voorzorgsmaatregelen in acht nemen. Vooreerst moet men er voor zorgen, het oog steeds te plaatsen in het vlak, dat in het punt, waar de samen valling plaats heeft, rechthoekig staat op den omtrek van dén rand, om daardoor den schadelijken invloed van eene wellicht aanwezige parallax (verschilzicht) te ontgaan. Valt namelijk het vlak van den nonius niet volkomen samen met het vlak van den cirkelrand, dan zal eene verplaatsing van het oog naar rechts of naar links eene schijnbare verplaatsing van de rand- en noniusdeelstrepen ten opzichte van elkaar ten gevolge hebben, zoodat men bij êene verkeerde plaatsing van het oog andere strepen zal zien samenvallen, dan in werkelijkheid plaats heeft. Zij bijv. in fig._15, waar het vlak van den nonius op eenigen afstand onder dat van den rand gelegen ~is, het oog geplaatst in de richting A, dan zal men dèelstreep a van den nonius zien samenvallen met deelstreep a' van den rand; doch bij eene verplaatsing van het oog naar de richting B of naar de richting C, zal men de deelstrepen b en c van den nonius achtereenvolgens, met de deelstrepen b' en c' van den rand zien samenvallen.

Is boven den nonius eene loupe aangebracht, om daardoor de deelstrepen duidelijker te kunnen waarnemen, dan moet men tot hetzelfde doel de loupe zoo plaatsen, dat de samenvallende' deelstrepen zich midden daarin verloonen?

Heeft men eene streep op den nonius gevonden, die samenvalt met eene deelstreep op den rand, dan ga men na of de ter rechter- en ter linkerzijde onmiddellijk daarnaast gelegen deel-

Sluiten