Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voldaan, dan wordt de hoekverplaatsing van de alhidade niet met juistheid gemeten door den boog op den rand afgelegd; er ontstaat dus eene fout, die der excentriciteit genaamd.

Zij in figuur 18 C het middelpunt van de randverdeeling, G' .het draaipunt van de alhidade, G'A' en G'B twee opvolgende standen van de alhidade, dan is AG'B de hoekverplaatsing, die men wil bepalen; in plaats daarvan leest men echter den boog AB af, die de maat is van den middelpuntshoek AGB. Het verschil van de twee hoeken AG'B en AGB is dus de fout van de excentriciteit.

Bij een vollen cirkelrand heeft men een eenvoudig middel om de uitkomst van de meting onafhankelijk te maken van die fout. De alhidade, aan den anderen kant van het draaipunt verlengd,' is daar ook van een index, c. q. nonius of microscoop, voorzien! Bevindt de eene index zich dus bij A, dan is de andere daar diametraal tegenover geplaatst in A'; doorloopt de eerste den boog AB, dan doorloopt de tweede gelijktijdig-den boog A'B'. Worden nu steeds de aanwijzingen van beide indices afgelezen dan leert de eene den boog AB, de andere den boog A'B' kennen en, aangezien nu hoek AG'B gemeten wordt door de halve som van de bogen AB en A'B', zoo geeft het gemiddelde van de aanwijzingen van beide indices den gevraagden hoek, geheel en al bevrijd, van de fout van de excentriciteit. (Voor de bepaling van de excentriciteit zie Aanhangsel ยง 246.)

Sluiten