Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

PASLOOD EN NIVEAU.

§ 15. Paslood. Een koord, aan het eene einde vastgehouden en aan het andere roet een gewicht bezwaard, geeft, zoo het geheel vrij hangt, een verticale lijn aan. Deze eenvoudige inrichting, onder den naam van paslood of schietlood bekend, wordt in het landmeten gebruikt om baken verticaal te stellen, en om een punt van een instrument op een onderliggend vlak te projecteeren. Tot dit laatste doel geeft men aan het gewicht den vorm van een in een punt uitloopend omwentelingslichaam, zoodat ophangpunt, zwaartepunt en spits in eene rechte lijn -liggen, waardoor de spits juist in het verlengde van het koord valt.

§ 16. Timmermanswaterpas. Het timmermanswaterpas dient om met behulp van het paslood eene horizontale lijn aan te geven. Een samenstel van latten, fig. 19, vormt een gehjkbeenigen driehoek, in den top G.waarvan een paslood is opgehangen, en waardoor bij D door een streepje«de richting van de uit C op AB neergelaten loodlijn is aangegeven.

Valt liet vrijhangend paslood met deze loodlijn samen, speelt het schietlood in, dan is de lijn AB en dus ook de bovenkant XX' van de liniaal, waarop het waterpas staat, horizontaal.

Is het timmermanswaterpas, zooals in fig. 20 is voorgesteld, tevens van een graadboog voorzien, waarvan het middelpunt in C en het nulpunt in de loodlijn GD ligt, dan geeft, als de basis AB niet horizontaal is, het paslood op dien graadboog de helling van de basis aan.

§ 17. Onderzoek van het timmermanswaterpas. Om te

onderzoeken of de lijn CD werkelijk rechthoekig staat op AB., plaatst men het waterpas op den bovenkant van een liniaal, die

Sluiten