Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in flg. 29, zoo is dit een bewijs, dat de richtlijn en de as in één vlak liggen.

Het onderzoek mét betrekking tot den tweeden eisch geschiedt op overeenkomstige wijze als is aangegeven bij het onderzoek van het niveau, dat zal dienen tot het horizontaal stellen van een vlak. Na het niveau naar behooren op de tappen geplaatst te hebben en met behulp van de schroeven van de beweegbare pan of van de stelschroeven van het instrument te hebben laten inspelen, wordt het op de as 180° omgedraaid; speelt de bel nu weer in, dan is het niveau goed geregeld, speelt zij niet meer in, dan neemt men de helft van de uitwijking der bel met behulp van de schroeven GG' weg.

Het is duidelijk, dat beide aangegeven correcties steeds hand aan hand moeten gaan. Heeft eerst de correctie met de schroeven GG' vrij voldoende -plaats gehad, dan corrigeere men het niveau zoo goed mogelijk in horizontalen zin met. de schroeven DB', om dan de correctie in verticalen zin met de schroeven GG' te voltooien.

Is het niveau, zooals zulks bij enkele instrumenten het geval is, aan de as zelf bevestigd, dan geeft dit bij het gebruik en bij die regeling geen verschil; alleen moet voor de correctie met de schroeven DD' de as met het niveau meedraaien en moet voor de correctie met de schroeven CC' de as in de pannen worden omgelegd. ,

Het geregelde niveau kan niet alleen dienen om de omwentëlingsas horizontaal te stellen, maar ook om kleine hellingen dier as te meten. Is toch de richtlijn evenwijdig aan de as, zoo zal de uitwijking der bel de helling van de richtlijn en dus ook van de as aangeven.

Ook met een niveau, dat alleen'aan den eersten eisch voldoet, en waarbij de richtlijn ab, fig. 30, dus een , hoek S maakt met^ de as XY, kan men echter die helling met eliminatie der fout S bepalen door het doen eener dubbele meting. Hiertoe wordt de helling der richtlijn ab door aflezing van de uitwijking der bel bepaald, het niveau daarna 180° omgedraaid, wederom op de tappen geplaatst en de helling der richtlijn in (haar nieuVen stand a'b' gemeten. Uit de figuur blijkt dan onmiddellijk, dat de helling der as XY het gemiddelde is van de hellingen der richtlijn in de beide standen, terwijl de fout 2 het halve verschil^ der hellingen is. Uitwijkingen der bel in tegengestelden zin' moeten hierbij natuurlijk met het tegengestelde "teeken worden in rekening gebracht. É

Bij de vorenstaande metingen en onderzoekingen is van de

Sluiten