Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na het doorslaan van den kijker moeten wij, pm weer op B te richten, het bóvenstel van het instrument om de eerste as omdraaien, waardoor de tweede as in den stand D2E2 komt, symmetrisch met D& ten opzichte van het verticale vlak A BB' gelegen.

Bij het neerslaan van den kijker beschrijft de vizierlijn nu weeleen plat vlak ABB2, loodrecht op de tweede as, dat het vlak van projectie snijdt volgens de lijn BB2, loodrecht op de nieuwe projectie B2'B2' van de tweede as. Bij het richten op O moet de kijker dus thans den horizontalen hoek B2AC doorloopen, die blijkens de figuur evenveel te klein is, als de eerstgemeten hoek BiAC te groot was. Door het nemen van het gemiddelde wordt dus de fout geëlimineerd.

tweede as wel loodrechTop de eerste'erf deze l^ste~vèr£^' dan zal, ais wij den kijker 'eerst op B gericht hebben en hem daarna om de horizontale as D1E1,-fig. 44», wentelen, de vizierlijn AB een kegelvlak ABBn beschrijven, met de tweede as 2)^ als as en een halven tophoek D^AB, die weinig van 90° verschilt. Daar het horizontale vlak, door A gebracht, een vlak van symmetrie is voor den kegel en voor het vlak V, zal de doorsnede van dezen kegel met het vlakvF een hyperbool BBX zijn, waarvan de bestaanbare as langs HH valt, en waarvan BBi een deel voorstelt, in de onderstelling, dat de vizierlijn links van de loodlijn op de as afwijkt.

De kijker is dus na het neerslaan gericht op-P, en de hoek, dien wij op den rand bepalen, is dus de hoek BXAC, d.i. wij maken eene fout gelijk aan den hoek BxAR.

Slaan wij nu den kijker door, dan zal de vizierlijn, die wij eerst naar links uit het vlak loodrecht op de tweede as zagen afwijken, evenveel naar de rechterzijde uitwijken en zal de tweede as, na weer op B gericht te hebben, *den stand D2E2 innemen, symmetrisch met D& ten opzichte van het verticale vlak ABW gelegen. Bij het neerslaan van den kijker zal dus het vlak F gesneden worden door de vizierlijn volgens de hyperbool BB2, die symmetrisch met BBt ten opzichte van BB' ligt. Bij het richten op O doorloopt de kijker-dus den horizontalen hoek B2AG, waaruit blijkt, dat wij nu eene fout B2AB' maken, even groot als bij de eerste meting, maar thans in tegengestelden zin. Uit het gemiddelde der twee metingen valt de fout dus weg.

Zijn bovenstaande fouten gelijktijdig aanwezig, dan voegen

Sluiten