Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet rechthoekig op de tweede as. dan zal de vizierlijn bij hare beweging om de tweede as, een kegel vlak beschrijven met horizontale as, dat het projëctievlak snijdt volgens eene hyperbool a'Ob', fig. 51", met horizontale bestaanbare as en waarvan dé top in 0 ligt. Hieruit volgt, dat bij het naar boven en naar beneden bewegen van den kijker het kruispunt der draden beide keeren in denzelfden zin zal uitwijken; en dat bij eene gelijke helling van de vizierlijn naar boven en naar beneden, de uitwijkingen y ook gelijk zijn.

Zijn beide fouten gelijktijdig aanwezig, dan is de geheele uitwijking gelijk aan de som van de uitwijkingen door beide veroorzaakt, zoodat men bij het in fig. ölc voorgestelde geval, bij het naar boven bewegen de uitwijking A"a" =p = x + y zal krijgen en bij het naar beneden bewegen de uitwijking B"b" = q = x — y; dat is: bij gelijke helling naar boven en naar beneden verkrijgt men ongelijke uitwijkingen. •

Uit het bovenstaande volgt dus deze regel. Richt men bij , horizontalen stand van de vizierlijn op de verticale lijn en geeft men daarna aan den kijker eene helling naar boven en eene gelijke helling naar beneden, dan duiden: gelijke uitwijkingen in tegengestelden zin op den niet loodrechten stand van de tweede as op de eerste, gelijke uitwijkingen in gelijken zin op den niet loodrechten stand van de vizierlijn op de tweede as, terwijl ongelijke uitwijkingen in denzelfden of in tegengestelden zin op de gelijktijdige aanwezigheid van beide fouten duiden.

Uit de grootten A"a"=p en B"V' = q der afwijkingen kan dan gemakkelijk worden afgeleid, hoe groo.t de afwijkingen Aa=x, flg. 51', en A'a' = y, fig. 51", zijn, welke voortvloeien respectievelijk uit den onjuisten stand van tweede as en vizierlijn • in het géval van fig. 51c is bijv.: ' '

x = i (p -f £2) en y = | [p — q).

Met behulp der correctieschroeven NN, fig. 36, aan de pan der tweede as, wordt de afwijking x én met behulp der correctieschroefjes O, fig. 36, aan het diaphragma, wordt de afwijking y weggenomen, waarna het onderzoek nog eens wordt herhaald. (*)

O Uit de afwijkingen x en y kunnen gemakkelijk de fouten « en £ in den stand van de tweede as en van de vizierlijn berekend worden, welke men moet kennen

ZJZ r ° dr/°tUtfn °P de gr°°tte van een «en horizonnen hoek te bepalen en daaruit af te leiden, of regeling van .het instrument in verband met de te bereiken nauwkeurigheid noodzakelijk is Noemt men namelijk den afstand van hét middelpunt van den theodoliet tot

Sluiten