Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in § 26 behandelde wijze of de richtlijn van het niveau loodrecht • staat °P de eerste as; is dit het geval, dan staat ook de daaraan evenwijdige tweede as loodrecht op de eerste. Ten ,einde zich bij dit onderzoek onafhankelijk te maken van eene fout, die in de regeling van het niveau ten opzichte van de tweede as mocht zijn overgebleven, is het goed, om na het 180° omdraaien van het bóvenstel het niveau op de as om te zetten zoodat het weer in zijn oorspronkelijken. stand komt. Staat dé richtlijn van het niveau niet loodrecht op de eerste as, dan wordt dit verholpen met behulp van de correctieschroeven die op de tweede as werken, waardoor gelijktijdig richtlijn en tweede as loodrecht komen op de eerste as. Tot dit doel is bij den in fig. 52 voorgestelden theodoliet een der stutten van de tweede as, fig. 58, van een spleet voorzien, die door middel van de drukschroef A en de trekschroef A' wijder en nauwer kan gemaakt worden, tengevolge waarvan het op dezen stut rustende uiteinde der tweede as daalt of rijst.

Het onderzoek of aan den derden eisch voldaan is, kan geschieden op de in § 37 aangegevene wijze of, als de kijker niet kan doorslaan, met behulp van eene verticale lijn, zooals in de vorige paragraaf is beschreven; bij dit laatste onderzoek wordt de tweede as met behulp van het niveau zuiver horizontaal gesteld, waardoor men geheel onafhankelijk is van den niet loodrechten stand van de tweede as ten opzichte van de eerste.

Bij sommige instrumenten is de kijker van den theodoliet excentrisch aangebracht; in dit geval moet het instrument aan . dezelfde eischen voldoen (zie § 30) alsI de theodoliet, waarbij de kijker centrisch is aangebracht.

Bij het meten behoeft slechts dan met de excentriciteit rekening te worden géhouden, wanneer de hoek maar éénmaal gemeten wordt; doch meet men den hoek tweemalen, eenmaal met den kijker in gewonen en daarna met den kijker in doorgeslagen' stand, dan worden niet alleen de fouten, voortspruitende uit het niet zuiver regelen, van vizierlijn en tweede as, doch tevens die der excentriciteit geëlimineerd.

Zij, om dit aan te toonen, hoek BAC=--a, flg. 54 de te meten hoek, dan zal men in den gewonen stand van den kijker eerst bijv. hoek BAïC=a1 en daarna in den doorgeslagen stand hoek BA20=H meten. Uit de figuur blijkt dan onmiddellijk:

(2,-1-/1 =a -f« «2 + « = a -f (3

4

Sluiten