Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodat:

-^=^ = 90° + 4',

dat is ook in dit geval de zenühhoek; terwijl ook nu de som 860° -(- 2p is.

Is de becijfering in tegengesteldé richting aangebracht, de aflezing bij evenwijdigen stand van vizierlijn en richtlijn evenals boVen 90° of 270°, dan geeft bij elevatiehoeken en bij depressie- < hoeken het halve verschil van de grootste en de kleinste aflezing den nadirhoek. De som geeft^ook hier in beide gevallen 360° -f 2p.

Ook bij deze inrichting is echter voor elevatie'en depressie de zenühhoek te vinden, door het halve verschil van de kleinste en de grootste aflezing te berekenen, nadat men bij de kleinste aflezing 360°. heeft opgeteld.

Is bij eene doorgaande becijfering.van 0° tot 360°, bij evenwijdigen stand van vizierlijn en richtlijn, de aflezing (behoudens de indexfóut) 0° tot 180°, dan vindt men bij positieve richting van de becijfering voor een elevatiehoek A in den eenen stand eene aflezing;

B=p-\-A, in den doorgeslagen stand:

0=180° + » — A\ dus voor het halve verschil:

•^=^ = 90-1, 2 s

dat is de zenühhoek. De som geeft 180° + 2p. Bij het meten van een depressiehoek A', in den eenen stand:

B' = 360°+.» — A', f

in den doorgeslagen stand:

C' = 180° -\-p-\-A'.

Ook hier is dan:

lT-ir + 360° . 2 m

de zenühhoek. De som geeft dan 540° + 2».

Neemt men in het laatste geval het halve verschil van de grootste en de kleinste-aflezing, dan vindt men bij depressie den

Sluiten