Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus in A" te liggen, dat is boven het uiteinde A' van den rand. Omgekeerd zal men, als de spiegel achterover helt, het beeld van A onder A' waarnemen. (*) Blijkt bij dit onderzoek, dat de spiegel niet den juisten stand . heeft, dan wordt dit verholpen door middel van de daartoe aanwezige correctieschroefjes; zijn deze zooals bij de in flg. 65ab voorgestelde sextant niet aanwezig, dan kan men den stand van den spiegel regelen, door de schroefjes c c' c", flg. 65'b los te draaien en onder het plaatje, waarmede het kastje van den spiegel op de alhidade bevestigd is, een stukje panier of bladtin te leggen, aan den voorkant, of aan den achterkant, al naarmate de spiegel te veel voorover of achterover helt, en daarna de schroefjes weer vast aan te draaien. Door nu andermaal den stand van den spiegel te onderzoeken, overtuigt men zich of de regeling is afgeloopen, dan wel of het stukje papier of bladtin dikker of dunner genomen moet worden.

§ 59. Regeling van den kleinen spiegel. Het onderzoek van den rechthoekigen stand -van den kleinen spiegel ten opzichte van den cirkelrand, kan men het gemakkelijkst ver-

O Wenscht men de grootte van den hoek to bepalen, dien de spiegel afwijkt van den stand, rechthoekig op den rand (zie de noot aan het einde van s 60) f.an 'kaf men daartoe gebruik maken van twee eartonnen viziertjes A ongeveer 15 cM. hoog, flg. 70, in een raamwerk verschuifbaar, elk voorzien van eene oogopening P.en van eene verdeeüng in centimeters van uit P naar boven en " naar onder.

Plaatst men nu de sextant op eene tafel met de alhidade in dier voege, dat de groote spiegel nagenoeg op het midden van den rand gericht is, en stelt men do viziertjes A en B op ongeveer gelijken afstand, bijv. 1 M., respectievelijk vóór en achter den grooten spiegel, flg. 71, dan zal men A zoodanig in het raamwerk op of neer kunnen schuiven, dat, als men door de opening P ziet, het beeld van de hoiizontale streep door P, dat men in den spiegel waarneemt, samenvalt met de streep door de oogopening Q, welke langs den spiegel heen wordt gezien.

Draait men de alhidade 180° om, zoodat het spiegelend oppervlak naar B gekeerd wordt - waartoe sommige deelen der sextant zullen moeten worden verwijderd en ziet men dan door de oculairopening Q van B, zoo zal men, indien de groote spiegel loodrecht staat op het vlak van den rand, nu ook de streep door I zien samenvallen met het spiegelbeeld der streep door Q van het viziertje B

Helde de spiegel daarentegen, flg. 72, onder een hoek 90° - « ten opzichte van den rand dan zal, als men den grooten spiegel 180° draait, deze uit den stand ƒ in den stand II komen. Ziet men nu door de opening O, dan zal men het spiegelbeeld van de streep door O niet zien samenvallen m^ de streep door P

1° \m:S\eZ frP,G Z°°alS Uit d6 flgUm' Wm' komt ^ afwijking overeen met Het dubbel der fout s in den juisten stand van den grooten spiegel

Is mi de afstand PC = m en de onderlinge afstand der viziertjes /en B gelijk aan D, dan .zal de fout i in minuten geluk zün aan : g Uk

X 3438',

Sluiten