Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BiOUSSOLE,

§ 72. Declinatie van de magneetnaald. De boussole, berustende op de eigenschappen van de magneetnaald / stelt ons in staat het azimuth van eene lijn te meten, dat is de hoek, dien hare-horizontale projectie met eene vaste lijn maakt. Voor deze vaste lijn wordt meestal de lijn NZ of de ware meridiaan genomen, maar daartoe kan even goed elke andere lijn dienen die een vasten hoek met den waren meridiaan maakt.

Zooals bekend is, neemt eene magneetnaald, die zich in een horizontaal vlak vrij kan bewegen, eene bepaalde richting aan die den naam van magnetischen meridiaan draagt. Het is ten ppzichte van dezen magnetischen meridiaan, dat de azimuthen met de boussole gemeten worden. <

Had deze magnetische meridiaan eene vaste richting, m.a.w maakte hij met den waren meridiaan altijd en overal denzelfden hoek — declinatie der magneetnaald genaamd — dan kon men met de. boussole de azimuthen nauwkeurig meten. Daar echter de declinatie der magneetnaald aan vele veranderingen onderhevig is, zoo is de meting met de boussole voor geene groote nauwkeurigheid vatbaar.

. Ten .einde te kunnen nagaan, welke nauwkeurigheid met de boussole te bereiken is en welke eischen men aan eene boussolemeting kan stellen, zullen wij in het kort de voornaamste veranderingen aangeven, waaraan de declinatie der magneetnaald onderhevig is.

Vooreerst is de declinatie veranderlijk met tfe plaats. Hier te lande en m geheel Europa en Afrika is de declinatie westelijk in Amerika en een groot gedeelte van Azië daarentegen is zij oostelijk. De declinatie- verandert echter niet sprongsgewijze

Sluiten