Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bezigen. Bij' zeer groote hoogteverschillen, zooals kunnen voorkomen bij het meten dwars over een dijk, is het beter die stukken met behulp van meetlatten te meten.

Het meten vooral met een band van 25 tot 30 millimeters breedte is, wanneer het met zorg geschiedt, slechts weinig minder nauwkeurig dan het meten met latten, het gaat daarbij vlugger ,en is veel minder vermoeiend.

§ 89. Meetketting. De meetketting, flg. 107efg,,meestal ter lengte van 20 meter (soms ook van 10 meter) bestaat uit veertig (resp. 20) schakels van dik ijzerdraad, samengevoegd met koperen of ijzeren ringen, op zoodanige wijze, dat elke schakel met de halve middellijn der ringen de lengte heeft van een halven meter. De ringen, die van de uiteinden des kettings afgerekend, bij de halve meters voorkomen, zijnvmeestal van ijzer, die bij de heele meters van koper. Van vijf tot vijf meter zijn deze van een dwarsstaafje voorzien, flg. 107f. De grootere ring met dwarsstaafje, "die zich in het midden, dus bij de tien meter, bevindt, is veelal zoo ingericht, dat de ketting daar uit elkaar kan genomen worden, om er een van 10 meter Van te maken.

Aan de uiteinden bevinden zieh handvatten met dwarsstukken, waaraan zich halfcirkelvormige uithollingen bevinden, meestal op de wijze als in fig. 1078 voorgesteld.

De meetketting van 10 meter is op gelijke wijze ingericht, soms met kleinere schakels van 2 of 2x/2 decimeter.

Het meten met den ketting geschiedt ongeveer op dezelfde wijze als met den band. Het langwerpig wórden der ringen en het buigen der schakels maakt dat de lengte van den ketting bij den aanvang van iedere meting moet worden gecontroleerd; bij hét strekken van den ketting moeten steeds zorgvuldig de daarin mogelijk aanwezige kronkels wórden verwijderd. Het meten met den ketting is dan ook veel minder nauwkeurig dan het meten met den band.

Sluiten