Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekend zijn, kan deze berekening gemakkelijk volgens den sinusregel plaats hebben. (Zie het Aanhangsel § 255.) Begint • men bij driehoek 1, waarvan de zijde AB, direct gemeten "is, . dan kan men daarin de twee zijden BG en AG berekenen. De laatste dient dan weer als basis ter berekening van driehoek 2, de daarin gevonden zijde AD dient weer voor driehoek 3, enz. Komt men op deze wijze tot driehoek 5, dan vindt men daarin wederom de bekende zijde AB; de overeenstemming van de berekende waarde met die, waarvan men is uitgegaan, geeft dan eene contröle op de berekening. Dergelijke cóntröle op de berekening vindt men telkens daar, waar eene zelfde lijn uit twee verschillende driehoeken gevonden wordt. Zoo bijv., als men de driehoeken berekent In de volgorde, in fig. 129 aangewezen, bij de berekening van DE uit 3 en 9, en EF uit 4 en 13, van HK uit 8 en 17, van KL uit 10 en 19 en "van BS uit 18 en 21.

Hët grootste gédeelte van de logarithmen sinussen, die men bij deze berekening noodig heeft, zijn' reeds opgezocht bij de vereffening der fouten; 'flaar hierbij' de 3° correctie x nog niet in rekening is gebracht, moet men evenwel aan de opgezochte log sin nog de correcties x A (zie § 125) aanbrengen om de log sin voor de gecorrigeerde hoeken, die men hier noodig heeft, te vinden.

§ 128. Coördinatenberekening. Daar al de zijden van het driehoeksnet of hare logarithmen bekend zijn, kan men nu overgaan tot de berekening van de coördinaten, op de wijze, als in het vorige Hoofdstuk is aangegeven. De lengten van de zijden, die men daarbij noodig heeft, vindt men uit de 'vorige berekening; de hoeken door samentelling van de gecorrigeerde hoeken van het driehoeksnet.

Bij die berekening zal men niet alle punten tot een veelhoek verbinden, maar liever van één punt uitgaan en langs verschillende wegen, dus langs verschillende punten, flelkens op éen zelfde punt eindigen, om daardoor het ophoopen van de kleine, fouten, die ontstaan door het verwaarloózen van de hoogere decimalen, tegen te gaan en om telkens contröle op de berekening te hebben.

Zijn bijv. van het punt B, fig. 129, de coördinaten bekend of aangenomen, dan kan men, van daar uitgaande, langs CGPQ, langs ADHB, langs, AEKB en langs FNMLS gaande, telkens op het punt T sluiten. Verkrijgt men daarbij voor T telkens dezelfde coördinaten, dan is dit een bewijs voor de juistheid der berekening. Vindt men eene afwijkende waarde voor de coördi-

Sluiten