Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met genoemde zijden een hoek van 45° maken, als wel gebroken lijnen, welker brekingshoeken met een eenvoudig boekmeetinstrumentje worden bepaald, kunnen soms met vrucht als hulpmeetlijnen dienst doen.

§ 150. Controle op de meting. — Het teekenen van de

details. Bij de meting moet men tevens zooveel mogelijk op contröle bedacht zijn. Dan kan men langs verschillendé wegen verkrijgen: öf dóór de punten ten opzichte van verschillende meetlijnen op te nemen, öf bij rechte grensscheidingen door daarvan minstens drie punten op te meten, die dan in de kaart op eene rechte lijn moeten liggen.

Vooral dient men bij het vastleggen van hulpmeetlijnen op contröle bedacht te zijn,, door, waar zulks mogelijk is, die hulpmeetlijnen door middel van minstens drie punten aan het net te verbinden.

Het in teekening brengen van de details geschiedt, zooals in § 101 is aangegeven, op dezelfde wijze, als waarop zij zijn opgenomen. Nadat het net door middel van de coördinaten van de hoekpunten in teekening is gebracht, zet men langs de meetlijn met behulp van den dubbelen decimeter de daarlangs gemeten afstanden af. In die punten richt men vervolgens loodlijntjes op, waarop de daarlangs gemeten afstanden worden uitgezet. De aldus in kaart gebrachte punten worden nu onmiddellijk volgens de aanwijzingen van de schets vereenigd, en de deelen, die niet door coördinaten zijn opgenomen, bijgeteekend. Is aldus het opgenomene in teekening gebracht, dan worden daarop al de voor de contröle gemeten afstanden, nagemeten en met de aanteekeningen vergeleken. Komen deze;afstanden goed uit, dan kan de kaart in inkt worden gezet en verder worden afgewerkt.

Eene methode voor de detailmeting, die nauw verband houdt met de coördinaten-methode, is de opmeting volgens lijnenverband. Deze methode kan vooral met vrucht worden toegepast bij opneming van platte gronden van gebouwen en van perceelen met rechte grensscheidingen.

Op plaat XVI is eene opmeting volgens deze methode voorgesteld. ABCD stelt een veelhoek voor, de lengte van de zijden en de grootte van de hoeken zijn in de teekening aangegeven. Van een groot aantal punten zijn de coördinaten op de gewone wijze opgemeten. De lijn ab is eene hulpmeetlijn; de punten a en b worden gedurende de meting door jalons aangegeven.

Sluiten