Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De snijpunten c en d van een verlengde perceelscheiding niet de veelhoekzijde BC en de hulpmeetlijn ab zijn eveneens door jalons aangegeven; langs de lijn cd is van uit c gemeten voorde bepaling van de plaats van verschillende details en van snijpunten met andere hulpmeetlijnen, en is voor controle de lengte der hulpmeetlijn gemeten. De begrenzingen van platte gronden van de gebouwen gelegen in den vierhoek aBcd zijn verlengd, de snijpunten met meetlijnen en hulpmeetlijnen, zoo noodig op het terrein door jalons aangegeven, zijn evenals de verschillende details opgemeten op analoge wijze als volgens de coördinaten-methode geschiedt.

De punten e en f zijn de snijpunten resp. met AD en ab van de verlengde zijde van den plattegrend van een gebouw; gh is weer een hulpmeetlijn voor de verdere opmeting van de gebouwen in den vierhoek Aaef gelegen; enz.

De wijze van aanteekening is in hoofdzaak dezelfde als die, welke bij de gewone coördinaten-methode besproken is. Het beginpunt van de meting bij een meetlijn is meestal aangegeven door een omgekeerde pijlpunt, zie bijv. bij c en bij e; de lengten van veelhoekszijden zijn dubbel, die van hulpmeetlijnen zijn enkel onderstreept. Ten einde de metingen volgens lijnenverband niet te verwisselen met die volgens de gewone coördinatenmethode zijn de uitgezette rechte hoeken door cirkelbogen aangegeven.

§151. Detailmeting met een theodoliet ingericht tot afstandmeter. (Tachymfetrie). Bij het opmeten van de details met behulp van een theodoliet, waarvan de kijker tot afstandmeter is ingericht, plaatst men het instrument in een hoekpunt A van het net en richt eerst, om de meting te oriënteeren, den kijker op een ander punt B van het net en leest den stand van beide noniussen op den 'eersten cirkelrand af. Om nu de verschillende om het punt A gelegen detailpunten op te nemen, gaat een baakhouder met de voor het afstandmeten bestemde baak achtereenvolgens op die verschillende punten. 1, 2, 3, enz., staan; de waarnemer bij het instrument richt daarop en leest de punten af, waar zich de twee voor het afstandmeten bestemde draden op de paak projecteeren, alsmede de standen van de noniussen op de twee cirkelranden.

Door deze vier grootheden voor elk punt is de ligging van dit punt ten opzichte van het net volkomen bepaald., Door aftrekking toch van de aflezingen op den horizontalen cirkelrand bij het richten op de baak in het detailpunt 1 en op het

Sluiten