Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geeft, om aan te duiden, dat oene nieuwe reeks van 5 of 10 punten begonnen wórdt. Ook verdient het aanbeveling, de detailpunten 'doorloopend te nummeren en alzoo niet telkens bij eene nieuwe standplaats weer met 1 te beginnen. Liggen de detailpunten ver uit elkaar of zijn zij moeilijk te bereiken, zoo kan het gewenscht zijn in plaats van één, twee baakhouders te gebruiken.

Punten, die moeilijk van uit de standplaats van het instrument, maar gemakkelijker ten opzichte van andere reeds bepaalde punten kunnen opgenomen worden, plattegronden van gebouwen enz. worden met de daarbij behoorende afmetingen door den eersten persoon in de schets opgeteekend.

Is een gedeelte van het terrein gemakkelijker op te nemen ten opzichte van een ander punt, dat niet tot het net behoort, dan wordt zulk een nevenpunt door eene overeenkomstige meting aan het net vastgelegd en van daaruit de meting voortgezet. De oriënteering der meting geschiedt dan natuurlijk, door van uit dit nevenpunt op het netpunt te richten, waarbij men tevens ter contröle nogmaals den afstand dezer punten met den afstandmeter 'nameet.

Door de meting op de bovenbeschreven wijze in te richten, kan men in korten tijd de ligging van een groot aantal punten ten opzichte van het net bepalen. Dit is de reden, waarom •men-aan deze methode wel den naam van tachymetrie of snelmeting, en aan den tot afstandmeter ingerichten theodoliet den •naam van tachymeter heeft gegeven.

§ 152. Contröle op de meting. — Het in teekening brengen van de details. Contröle op de meting verkrijgt men door een zelfde pünt van uit twee standplaatsen waar te nemen , hetgeen gemakkelijk kan geschieden voor die punten, die op de grens gelegen - zijn van dé uit de twee standplaatsen op te nemen terreingedeelten. Verder verkrijgt men eene contröle door met meetband, meetketting of meetlatten de lengten der grensschei• dingen na te meten en deze later met die uit de teekening te vergelijken. :s0^i

Heeft men op de beschreven wijze al de details van uit de verschillende punten opgenomen, dan bestaan de verdere werkzaamheden in de berekening van de afstanden en het in teekening brengen der punten. Voor de berekening moet men eerst de twee aflezingen op de baak van elkaar aftrekken, waardoor men de in § 91 door h voorgestelde grootheid vindt, om daaruit met behulp van den op den tweeden cirkelrand afgelezen eleva-

Sluiten