Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slaan, tenzij de theodoliet en in het bijzonder de vizierlijn volkomen nauwkeurig geregeld mochten zijn; immers was dit niet het geval, dan zou telkens .eene fout gemaakt worden gelijk aan het dubbele van de fout in den stand der vizierlijn ten opzichte van de tweede as. Mocht men op de bovenbeschreven wijze niet vólkomen op het eindpunt B uitkomen, zoo kan men het verschil over de tusschenpunten naar evenredigheid van de afstanden verdeelen.

Daar men nauwkeuriger een hoek kan meten dan wel uitzetten, zoo doet men nog beter als volgt te handelen. Men zet eerst het punt c op de beschreven wijze voorloopig uit en meet daarna zoo nauwkeurig mogelijk met den theodoliet den horizontalen hoek cAB. Blijkt deze niet volkomen gelijk te zijn aan nul, maar bijv. gelijk aan « seconden, zoo bevindt zich de

baak c op een afstand cG = r- X D van de lijn AB, waarin D' den afstand van A .tot G voorstelt; deze laatste behoeft voor deze berekening slechts benaderend, bijv. door afpassing of door meting met den afstandmeter, bekend te zijn. Door nu de baak G over den berekenden afstand cG in de vereischte richting te verplaatsen, kan het punt C der lijn AB zeer nauwkeurig worden aangegeven. Op gelijke wijze handelt men met het punt D, dat men eerst voorloopig uitzet, om daarna uit den afstand GD en het verschil van den gemeten hoek ACd met 180° wederom het bedrag dD te berekenen, waarover de baak d moet verplaatst worden, om nauwkeurig in het punt D deilijn • AB te-komen, enz Op deze wijze kan men

eene rechte lijn van verscheidene kilometers lengte uitzetten , zonder noemenswaard te verloopen.

Bij het verlengen eener lijn AB, flg. 168", doet zich soms het geval voor, dat op het terrein aanwezige voorwerpen, zooals gebouwen, kleine boschperceelen en dergelijke het directe uitzetten dier verlengde lijn verhinderen. Heeft deze hindernis slechts geringe uitgestrektheid, zoo kan men in B eene lijn BE loodrecht op AB, in E eene lijn EF loodrecht op BE en in F wederom eene lijn FG loodrecht op EF uitzetten. Neemt men nu FC = BE, dan zal de in G op FC opgerichte loodlijn het verlengde van AB zijn.

Beter echter is het gebruik te maken van eene willekeurige hulplijn A'F', flg. 168c, waarop men van uit de gegeven punten A en B der te verlongen lijn loodlijnen AA' en BB heeft neergelaten. .Meet men nu deze loodlijnen, benevens de afstanden A'B' A'C', A'D', .enz., zoo kan men gemakkelijk berekenen,

Sluiten