Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verplaatst; dan is daardoor het punt B2 van den boog bepaald. Om het punt Bs te bepalen, wordt de band weer volgens de richting B^€3 doorgetrokken, in het verlengde dus van de juist bepaalde koorde BXB2, en het uiteinde van den band weer van Cg naar B3 over denzelfden afstand C3BS = verplaatst, enz. Om het uiteinde van den band telkens gemakkelijk1 het ver^eischte bedrag te verplaatsen, neemt men een stok, die men

op de lengte C3B3 =-. C2B2 = 2AXBX = -~- afsnijdt.

§ 170. Keuze der methode. De keuze van de te volgen methode tot het uitzetten der detailpunten zal in hoofdzaak bepaald worden door de gesteldheid van het terrein, waarop de boog móet worden uitgezet, alsmede door de eischen, welke men aan de nauwkeurigheid der uitzetting stelt. Wat de terreinsgesteldheid betreft, zoo moet men onderscheid maken tusschen open en bedekte terreinen.

In open terreinen, waardoor men verstaat die, welke, hetzij aan ééne, hetzij aan beide zijden van den boog, over eene zekere breedte te overzien zijn, kunnen natuurlijk alle in de voorgaande paragraaf beschreven methoden toepassing vinden; intusschen verdienen die methoden aanbeveling, welke het eenvoudigst zijn en tevens de meeste waarborgen voor de nauwkeurigheid opleveren. Als zoodanig komen de eerste drie methoden in aanmerking.

In een vlak terrein, waarop gemakkelijk en nauwkeurig afstanden kunnen worden uitgezet, zijn de eerste twee methoden, over welker relatieve waarde reeds op bladz. 219 gesproken is, het eenvoudigst en verdienen zij de voorkeur, omdat hierbij elk .punt onafhankelijk van de andere wordt uitgezet, hetgeen bij geen enkele andere methode het geval is; men zorge echter, dat de ordinaten niet langer worden dan 16 a 20 meter, hetgeen men steeds bereiken kan, door slechts van een voldoend aantal raaklijnen uit te gaan. Zij eischen verder een vrij uitzicht en een geschikt meetterrein aan de bolle zijde van. den boog.

Is dit uitzicht alleen aan de holle zijde van. den boog aanwezig of is het terrein aan de bolle zijde door groote hoogteverschillen niet voor het lengtemeten geschikt, zoo komt vooral de derde methode in aanmerking, waar men met den meetband uitsluitend het beloop van den boog volgt. Ook in gevallen, waarin de eerste twee methoden kunnen worden toegepast,

Sluiten