Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze onderscheidt zich van de statief boussole, behalve door hare kleinere afmetingen en de afwezigheid van een statief, hierdoor, dat de randverdeeling vast met de magneetnaald NZ verbonden en dus steeds in dezelfde richting ten opzichte van den meridiaan geplaatst is, en dat de,aflezing van den rand derhalve in het viziervlak vo' moet geschieden. Tot dit doel is voor de oculairspleet o een prisma p, flg. 178abc, aangebracht, dat, doordien het boven de randverdeeling geplaatste ondervlak bolvormig is afgeslepen, tevens als vergrootglas dienst doet.

Het achter de spleet geplaatste oog ziet nu tegelijk den objectiefdraad en het nabij het viziervlak gelegen gedeelte der randverdeeling, welke alzoo kan worden afgelezen. Om _de groote schommelingen der naald spoedig tot een klein bedrag terug te brengen, is meestal eene rem r aanwezig, terwijl door aandraaiing van het schroefje -s de beweging van de naald kan opgeheven worden, wanneer de boussole niet meer wordt gebruikt. Daar het bij het meten uit de vrije hand moeilijk is, de naald volkomen tot rust te brengen, neemt men het gemiddelde van de aflezingen bij de uiterste afwijkingen der naald.

Op hetzelfde beginsel berust de in fig. 174 afgebeelde zakboussole van Burnier; de randverdeeling is daar op een aan de naald bevestigden cylinder aangebracht, welke, in eene doos besloten is en door middel van eene loupe l wordt afgelezen.

In het algemeen is' het meten uit de vrije hand veel minder nauwkeurig dan met behulp van eene vaste opstelling en tevens veel omslachtiger, wanneer veel richtingen op dezelfde plaats moeten woïden gemeten. Liever plaatst men daarom ook deze boussoles op een stok, waartoe de boussole van Burnier ook de gelegenheid aanbiedt.

Nog minder nauwkeurig dan de zakboussole is het zoogenaamde kompas, waaraan geen vizierinrichting aanwezig is. Hierbij wordt gericht met de op de verdeeling aangegeven NZ-lijn en afgelezen aan den noordpunt van de naald.

Meet men geen richtingen maar hoeken, zoo geschiedt dit in den regel met eene sextant van kleine afmetingen (zak- of doossextant), of wel met eene overeenkomstige inrichting, die soms gelegenheid geeft om den gemeten hoek, dus het dubbele van den hoek der spiegels, direct op de teekening uit te zetten (sextant-transporteur, reflector van 'Douglas).

Zeer ruw kunnen hóeken ook op het oog geschat worden, doch dit is nog moeilijker en eischt nog meer oefening dan het schatten van afstanden. Kleine hoeken kan men op eerfige graden-nauwkeurig schatten, door een dubbelen decimeter met

Sluiten