Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

peratuur. Bij de aneroïde van Naudet is uit proeven > gebleken, dat die correctie in verreweg de meeste gevallen evenredig is met de temperatuur en dat zij van de aneroïde-aflezing moet worden afgetrokken. Zij dus b de zoogenaamde temperatuürscoëfficiënt, (die meestal tusschen 0,06 en 0,18, voor de temperatuur naar den honderddeeligen thermometer, gelegen is), dan is de aan de aneroïde-aflezing' aan te brengen temperatuurscorrectie: — bt.

2°. De verdeelingscorrectie. Is de aneroïde niet zuiver geregeld, zoodat eene verandering van.1 millimeter in den stand van de aneroïde niet overeenkomt met eene verandering van 1 millimeter kwik in de drukking der lucht, maar bijv. met (1 + c), dan zal, als de aneroïde van 760 millimeter tot A stijgt, de luchtdrukking niet met 4 — 760, maar met:

(A — 760) (1 -j4 c) == (4 — 760) + c (A — 760)

zijn toegenomen; komt de aneroïde-aflezing dus bij 760 millimeter met die van den kwikbarometer overeen, dan zal zij nu c(A — 760) lager staan en de aneroïde-aflezing A moet dus met de verdeelingscorrectie: c (A — 760) vermeerderd worden. 3°. De standcorrectie. Zijn deze twee correcties aan de aneroïde-aflezing A aangebracht, dan zal deze meestal nog een constant verschil met de op nul graden gereduceerde aanwijzing van den kwikbarometer opleveren. Om dus deze aflezing er uit te kunnen afleiden, moet er nog eene derde correctie a worden aangebracht, die den naam van standcorrectie draagt. Is dus A de aflezing van de aneroïde, t hare temperatuur en B0 de op nul graden gereduceerde aanwijzing van den kwikbarometer, dan is:

S0 = A -f a — bt -f c (A — 760).

Bij metingen in hooggelegen landen, waar de gemiddelde drukking veel minder is dan 760 millimeter, is het beter in plaats hiervan eene waarde aan te nemen, ongeveer overeen komende met die gemiddelde drukking.

§ 189. Veranderingen van de constante van de aneroïde.

De twee constanten b en c, voortspruitende uit den invloed

17

Sluiten