Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschil van elk paar opvolgende punten twee waarden, waarvan het gemiddelde genomen wordt.

Telt men -nu in eiken kring wederom de aldus gevonden gemiddelde hoogteverschillen samen, dan krijgt men wederom eene sluitfout, waarmede op overeenkomstige wijze kan gehandeld worden als met de oorspronkelijke fouten. Deze bewerking kan zoo vaak herhaald worden, tótdat de sluitfouten zoo klein geworden zijn, dat men tot eene definitieve vaststelling der hoogteverschillen kan overgaan. Hiertoe wordt met de laatstgevonden waarden een der kringen, bijv. 1, evenals bóven vereffend en de aldus gevonden hoogteverschillen der punten A, B, K en G als de juiste aangenomen; op dezelfde wijze handelt men met den kring 2, daarin echter het hoogteverschil van B en K' uit den vorigen kring overnemende en de sluitfout alleen over de lijnen BC, CD en DK verdeelende. Zoo voortgaande, kan men achtereenvolgens de kringen 3, 4, 5 en 6 vereffenen, waardoor vanzelf ook de waterpassing ABCDEFA langs den buitenomtrek zal vereffend zijn.

§ 201. Overbrenging van Het peil. Om de hoogteligging van verschillende punten met elkaar te kunnen vergelijken, wordt de hoogte van ieder punt bepaald ten opzichte van een vast waterpas vlak, dat den naam van Peil draagt.

Hier te lande en in Duitschland wordt als zoodanig algemeen het Amsterdamsche peil gebezigd, ongeveer overeenkomende met de gemiddelde hoogte van den vloed in het IJ bij Amsterdam vóór de afsluiting bij Schellingwoude, en gelegen op 9 voet 5 duim Amsterd. maat (= 2,6769 meter) beneden de middenwaarde uit de hoogten van het midden der groeven in de marmeren steenen, met opschrift: ,,Zeedijks Hoogthe zijnde negen voet vijf duym boven Stads Peyl", in de Oude Haarlemmersluis, de Nieuwe Brugsluis, de Kolksluis, de Kraansluis en de West-Indische sluis te Amsterdam.

Om in de verschillende deelen van het land de hoogten van alle punten ten opzichte van dit A. P. gemakkelijk te kunnen bepalen, heeft men door middel van aaneengeschakelde waterpassingen dat peil door het geheele land verspreid, door namelijk van eene' menigte vaste verkenmerken de hoogte boven >dat peil te bepalen. Van een dergelijk punt uitgaande, kan men nu door eene aaneengeschakelde waterpassing de hoogte van een willekeurig punt boven A., P. bepalen en op die wijze ook meer vaste verkenmerken verkrijgen.

Voor vaste verkenmerken wordt meestal gebruik gemaakt van

Sluiten